Home » Algemeen » Economisch » Nederlanders waarderen de hightech, maar kennen de bedrijven amper
Door: Redactie - 17 september 2026 |
De Nederlandse hightech geniet brede maatschappelijke steun, maar blijft voor veel mensen een gesloten boek. Driekwart van de bevolking noemt de sector belangrijk voor het land, terwijl bijna de helft geen enkel bedrijf uit die wereld kan opnoemen. Dat gat tussen waardering en herkenning zegt veel over hoe onzichtbaar de techniek is die ons dagelijks leven stuurt.
Uit onderzoek van Markteffect in opdracht van NXTGEN Hightech blijkt dat 75 procent van de Nederlanders de hightechsector belangrijk vindt voor het land. Mensen koppelen die waardering vooral aan toekomstige welvaart, economische groei en technologische onafhankelijkheid. De hightech omvat uiteenlopende activiteiten, van chipmachines en medische technologie tot energie, defensie en geavanceerde machinesystemen, en geldt als de grootste netto-exporteur van Nederland, goed voor ongeveer zes procent van het bruto binnenlands product.
De economische en strategische betekenis van de techniek is al langer onderdeel van het debat over het Nederlandse innovatiebeleid, waarin het gaat over verdienvermogen, strategische autonomie en de omvang van publieke investeringen. Toch zegt 65 procent de afgelopen tijd niks te hebben gehoord, gezien of gelezen over de branche. Slechts een kwart voelt zich voldoende geinformeerd over de ontwikkelingen.
Gevraagd naar concrete namen haakt bijna de helft af: 49 procent kan geen enkel bedrijf spontaan noemen. Wie wel iets over de hightechbedrijven zegt, komt vooral uit bij ASML en Philips, aangevuld met buitenlandse reuzen als Apple, Google en Samsung. Dat beeld is opvallend, want de hightech raakt vrijwel iedere Nederlander via ziekenhuizen, smartphones en energievoorziening, ook al staan de bedrijven erachter zelden in de schijnwerpers. Er bestaat een helder verband tussen kennis en waardering. Nederlanders die beroepsmatig met de techniek te maken hebben, voelen zich veel vaker goed geinformeerd (57 procent) dan mensen zonder binding met het vakgebied (15 procent). Datzelfde patroon keert terug bij trots: 78 procent van de ingewijden is trots op de Nederlandse bijdrage, tegenover 37 procent van de buitenstaanders. Kennis maakt dus het verschil, en juist daar wringt het.
Ook voor overheidsingrijpen bestaat opvallend veel steun. Zeven op de tien Nederlanders denken dat het land zonder een sterke hightechsector afhankelijk wordt van buitenlandse techniek. Ruim de helft, 51 procent, vindt dat de overheid meer moet doen om de sector te versterken, zelfs als daar belastinggeld voor nodig is. Die roep past in een breder debat over het Nederlandse innovatiebeleid en het toekomstige verdienvermogen. Het rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink gooide daar eerder olie op het vuur: richting 2035 zijn tussen 151 en 187 miljard euro aan grotendeels private investeringen nodig om jaarlijks 1,5 tot 2 procent te blijven groeien. Dat geld moet naar digitalisering, AI, energietechnologie, veiligheid en life sciences.
Het rapport waarschuwt wel dat die investeringen alleen loskomen wanneer de randvoorwaarden kloppen. Zonder voldoende energie, infrastructuur, talent en een stabiel investeringsklimaat blijven ambitieuze plannen op papier steken en verliest Nederland terrein op de economische kopgroep van Noordwest-Europa.
Voor NXTGEN Hightech bevestigt het onderzoek hoe belangrijk goede communicatie is over de betekenis van de techniek. “Van snellere ziekenhuisdiagnoses tot afluistervrije communicatie: onze toekomst hangt af van technologie die voor de meesten onzichtbaar blijft”, aldus bestuurslid Arnaud de Jong. Zonder maatschappelijk draagvlak, waarschuwt hij, zet Nederland zijn concurrentiepositie en onafhankelijheid op het spel. Die zichtbaarheid is geen luxe maar een voorwaarde, want het draagvlak bepaalt op termijn hoeveel ruimte er politiek en financieel is voor innovatie.
De opdracht is duidelijk: de hightech, van de brede maakindustrie tot de meest gespecialiseerde toeleverancier, moet zichtbaarder worden. Wie meer wil weten over de investeringen in onderzoek en ontwikkeling, vindt bij het CBS de actuele R&D-cijfers. Het onderzoek liep onder duizend Nederlanders van 18 jaar en ouder, met veldwerk tussen 23 maart en 5 april 2026.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.