Door: Redactie - 11 september 2026 |
Volgens PricewaterhouseCoopers heeft het gebruik van hoogovens in de Europese staalindustrie geen toekomst, omdat dat op termijn economisch niet concurrerend is met India en de Golfregio. Dat komt doordat de bedrijven hier steeds meer moeten betalen voor de uitstoot van CO₂. Maar dat is nog geen reden om de staalproductie in Europa te laten verdwijnen. Wie alleen naar de kostprijs kijkt, laat strategische autonomie, recycling en toekomstige innovatie buiten beschouwing.
Niet alleen staal, ook veel andere essentiële producten zijn elders goedkoper te maken dan in Europa. Als laagste kostprijs het enige criterium wordt, kun je uiteindelijk bijna alle bulkproductie verplaatsen. Maar Europa wil juist minder afhankelijk worden van de rest van de wereld. Daar hoort een eigen staalproductie zeker bij.
Zware industrie is niet eenvoudig opnieuw op te bouwen. Als fabrieken verdwijnen, verdwijnen ook kennis, leveranciers en investeringsbereidheid. Dat zien we bijvoorbeeld bij de textielindustrie. Juist nu we textiel meer willen hergebruiken, missen we zo’n eigen industrie om het als grondstof te verwerken. Reststromen hebben te weinig waarde om ver te vervoeren. Wie een circulaire economie wil, moet productie en hergebruik dus relatief dicht bij elkaar houden.
Dat betekent niet dat Tata Steel op de huidige manier moet doorgaan. De staalproductie moet juist versneld verduurzamen. Als de overheid daarvoor miljarden steun beschikbaar stelt, moet zij ook meer de regie nemen en voorwaarden stellen die borgen dat de industrie hier toekomst houdt.
Nieuw onderzoek biedt bovendien kansen om het productieproces van staal in hoogovens sterk te verbeteren waardoor de uitstoot van CO2 stopt en de vrijkomende koolmonoxide kan worden gebruikt als grondstof voor de petrochemische industrie.
Ook daarom moeten we bestaande industriële middelen niet afschrijven voordat duidelijk is welke rol ze in een nieuwe, circulaire industrie kunnen spelen.