Door: Redactie - 27 augustus 2026 |
Nu landen als China en de Verenigde Staten hun economische macht steeds vaker als geopolitiek wapen gebruiken, zijn Europa en Nederland kwetsbaar. Om de positie van Europa en Nederland te versterken, moeten we niet alleen meer aandacht geven aan innovatie, maar hebben we ook een ander handelsbeleid nodig. Als we dat niet doen, lopen we het risico een groot deel van de Europese industrie kwijt te raken, nog afhankelijker te worden en belangrijke verworvenheden te verliezen, zoals op het gebied van privacy en milieubescherming. We zullen bereid moeten zijn om buiten bestaande kaders te denken en beleidsinstrumenten overwegen die we tot nu toe niet durfden in te zetten.
Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport Strategisch handelen: beleid voor een geopolitieke economie dat vandaag is gepubliceerd.
Europa is op veel manieren economisch afhankelijk van de Verenigde Staten en China. Voor de VS speelt dat vooral op het gebied van digitale diensten, zoals het gebruik van de cloud. Van China zijn we onder andere afhankelijk voor batterijen, magneten en kritieke grondstoffen. Ondanks dat er ook terreinen zijn waarop beide landen niet buiten Europa kunnen (zoals bij chipmachinemaker ASML) is Europa meer afhankelijk van China en de VS dan andersom.
Wederzijdse economische afhankelijkheden werden lang gezien als welvaartsverhogend en zelfs vredesbevorderend. In de huidige geopolitieke situatie kunnen economische afhankelijkheden ook een kwetsbaarheid worden. Hoewel dit besef doordringt, lukt het Europa niet om onze afhankelijkheden daadwerkelijk af te bouwen. Dat hangt samen met twee achterliggende dynamieken: de internationale innovatierace, waarbij zowel de VS als China een effectiever innovatiebeleid hebben, en de scheeftrekking van de wereldhandel waar met name China een grote rol speelt.
Er is dus een sterke inzet op innovatiebeleid nodig. De overheid zou duidelijke publieke doelen moeten stellen en het bedrijfsleven uitdagen om die te bereiken. Het is daarbij essentieel om interne competitie te organiseren, vergelijkbaar met het Amerikaanse DARPA-model of de Chinese aanpak. De beste innovaties gaan door naar een volgende ronde en krijgen uiteindelijk toegang tot een gegarandeerde afzetmarkt.
Maar innovatiebeleid alleen is niet genoeg om met de huidige situatie om te gaan. Op dit moment zijn Chinese producten vaak meer dan 30% goedkoper dan Europese producten. Dit is geen toeval, maar een bewuste strategie van de Chinese overheid. Deze strategie berust op lage lonen, enorme staatssubsidies (zes tot acht keer hoger dan in Europa) en een onderwaardering van de yuan (schattingen lopen uiteen van 12% tot 30%). Dit zorgt voor prijsverschillen waardoor Europese bedrijven niet met de Chinese kunnen concurreren en die niet te overbruggen zijn door enkel innovatiebeleid.
Idealiter zou China zelf het initiatief nemen om de wereldhandel weer eerlijker te maken. Indien dit niet op korte termijn gebeurt, moet de Europese Unie niet terugdeinzen om een stevige lijn te trekken. Er zijn nu gesprekken gaande tussen de EU en China, die volgens eurocommissaris Šefčovič (Handel en Economische veiligheid) in oktober tot resultaat moeten leiden. Wanneer dit niet lukt, moet er een goed voorbereide reactie klaarliggen. Nederland en de Europese Unie moeten nu vast werken aan maatregelen die dan genomen kunnen worden, zoals strenger toegangsbeleid voor import uit China.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.