Home » Algemeen » Economisch » Gastransportkosten zware industrie lopen fors op richting 2050
Door: Redactie - 11 september 2026 |
De gastransportkosten voor de zware industrie kunnen de komende decennia hard oplopen, waarschuwt toezichthouder ACM. In een voorbeeldberekening stijgt de jaarrekening van een groot industrieel bedrijf tot ruim achtmaal het niveau van 2025. Bedrijven die hun processen niet kunnen elektrificeren, betalen zo een groeiend deel van de kosten van een krimpend gasnet dat elk jaar minder gebruikers telt.
Voor een zwaar industrieel bedrijf met een gecontracteerde capaciteit van 250.000 kWh per uur lopen de jaarlijkse gastransportkosten in het middenpad van de Autoriteit Consument en Markt op van 680.000 euro in 2025 naar 5,6 miljoen euro in 2050. In 2023 ging het al om 1,5 miljoen euro. Voor het ongunstigste scenario geeft de toezichthouder geen apart bedrag voor industriele gebruikers.
De bedragen staan in de koopkracht van 2025 en gaan uitsluitend over het transport van gas. De gasprijs zelf, belastingen en de kosten van elektriciteit of andere energiedragers zitten er niet in. Toch bepalen juist de gastransportkosten een steeds groter deel van de vaste lasten van een fabriek, ook als de productie gelijk blijft.
De stijging is volgens de ACM al begonnen. Door de teruggelopen gasvolumes na de Russische inval in Oekraine en de sluiting van het Groningenveld zijn de transporttarieven van Gasunie Transport Services meer dan verdubbeld. Dat patroon zet door, want er stroomt elk jaar minder gas door de Nederlandse netten.
De kosten van de infrastructuur dalen echter niet in hetzelfde tempo mee. Voor het vervoer over langere afstanden blijft grotendeels dezelfde ruggengraat van het landelijke gasnet nodig. Zo drukken de gastransportkosten op een kleinere groep afnemers waardoor de rekening per aansluiting sneller oploopt dan het gasverbruik daalt.
Ook regionale netbeheerders moeten een groot deel van hun leidingen in stand houden om de overgebleven klanten te kunnen beleveren. Daardoor verdwijnen schaalvoordelen en lopen de kosten per aansluiting verder op. De hogere tarieven raken vooral bedrijven die voor hun energie of grondstoffen afhankelijk blijven van gas.
Niet elk industrieel proces laat zich elektrificeren, ziet de ACM. Bovendien kan netcongestie op het stroomnet een overstap blokkeren, ook als een bedrijf die stap wel wil zetten. De toezichthouder rekent de zware industrie daarom tot de achterblijvers op het gasnet, met weinig ruimte om de gastransportkosten te ontlopen.
De toezichthouder stelt dat de cijfers een orde van grootte weergeven en geen precieze voorspelling zijn. Het middenpad is het gemiddelde van twee scenarios uit de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 van Netbeheer Nederland, die vooral verschillen in de hoeveelheid groen gas. Blijft er veel gas in het systeem, dan kunnen de kosten over meer gebruikers worden verdeeld, bij een snelle afbouw stijgen de tarieven juist sterker. De doorrekening gaat er verder van uit dat ongebruikte gasinfrastructuur niet kan worden hergebruikt voor waterstoftransport, dat de regulering tot 2050 gelijk blijft en dat het verbruik per aansluiting constant is. De ACM rekent daarbij met een reele vermogenskostenvoet van 3,36 procent.
Naast het vervoer bepalen de opruimkosten een fors deel van de gastransportkosten. Ongebruikte leidingen en aansluitingen moeten worden afgeschreven en verwijderd. De ACM raamt de totale verwijderingskosten van alle gasnetbeheerders tussen 2025 en 2050 op ongeveer 13 miljard euro. Die post piekt rond 2040 en veroorzaakt dan naar schatting 27 procent van de tariefstijging, om in 2050 terug te lopen tot 16 procent.
Binnen de huidige wetgeving heeft de ACM weinig knoppen om de gastransportkosten te dempen. De toezichthouder mag de kosten alleen verdelen over gebruikers die nog op het net zijn aangesloten. Een heffing voor wie het gasnet verlaat zou een financiele drempel opwerpen om van aardgas af te stappen, en dat vindt de ACM onwenselijk in het licht van de energietransitie.
Een alternatief is dat het Rijk de verwijderings- en afschrijvingskosten deels uit de algemene middelen betaalt. De toezichthouder verwijst naar het landelijke waterstofnet, waaraan het Rijk bijdraagt om de tarieven betaalbaar te houden. Ook zouden gasleidingen met nauwelijks veiligheidsrisico kunnen blijven liggen in plaats van standaard te worden opgeruimd, al vraagt dat om een nieuwe afweging tussen veiligheid en betaalbaarheid.
Belangenbehartiger VEMW vindt dat financiering uit de algemene middelen nadrukkelijk op tafel moet. Volgens de organisatie hebben de Nederlandse economie en samenleving jarenlang geprofiteerd van het land als gasproducent, doorvoerland en Europese gasrotonde. ‘Het is niet meer dan logisch dat deze kosten, waarvan de baten door de samenleving als geheel zijn genoten, ook breed worden gedragen’, stelt de belangenclub. Zonder ingrijpen belanden de lasten volgens VEMW eenzijdig bij de partijen die het gasnet het hardst nodig hebben.
VEMW waarschuwt daarnaast voor het naar voren halen van toekomstige kosten. Via een correctiefactor schrijft Gasunie Transport Services zijn activa nu al versneld af, waardoor huidige gebruikers meer betalen, een lijn die blijft staan in het methodebesluit voor 2027 tot en met 2031. Of een verdere verschuiving naar de huidige afnemers redelijk is, betwijfelt de organisatie, zeker omdat veel fabrieken door netcongestie nog lang moleculen nodig hebben. De hoogte van de gastransportkosten hangt zo vooral af van politieke keuzes, blijkt uit de analyse van de stijgende gastransporttarieven die de toezichthouder deze zomer publiceerde.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.