Home » Algemeen » Wet & Regelgeving » Brussel geeft industrie 80 miljoen extra gratis emissierechten
Door: Redactie - 24 juli 2026 |
De Europese Commissie wil de industrie tot 2030 zo’n 80 miljoen extra gratis emissierechten geven, met een geschatte waarde van 6 miljard euro. Brussel presenteerde vrijdag een herziening van het emissiehandelssysteem ETS die de kosten voor energie-intensieve bedrijven verzacht. Tegelijk moet een groter deel van de veilingopbrengsten terugvloeien naar dezelfde sectoren die de rekening nu grotendeels zelf betalen.
De maatregelen horen bij een bredere ingreep in het ETS. Brussel verlaagt het tempo waarin het totale aantal beschikbare rechten na 2030 daalt. Deze lineaire reductiefactor komt van 2031 tot en met 2035 op 3,7 procent per jaar. Vanaf 2036 zakt het plafond volgens het basisvoorstel nog met 1,7 procent, waardoor ook in de jaren veertig nieuwe emissierechten op de markt kunnen komen. Blijken er te weinig hoogwaardige internationale CO2-credits beschikbaar, dan gaat die factor omhoog naar 2,7 procent. Eurocommissaris Wopke Hoekstra spreekt van ‘een echte motor voor innovatie en investeringen’ en wil de industrie zo meer voorspelbaarheid bieden.
Voor de 80 miljoen extra emissierechten diende de Commissie een apart wetsvoorstel in. De maatregel richt zich op installaties waarvan de gratis toewijzing geheel of deels op algemene benchmarks voor warmte en brandstof rust. Die zogenoemde fallback benchmarks gelden wanneer voor een productieproces geen eigen productbenchmark bestaat, wat vooral in de chemie en andere energie-intensieve sectoren voorkomt. Brussel benut alle ruimte die binnen het bestaande plafond over de periode 2026 tot en met 2030 nog vrij is, en verlaagt daarvoor de jaarlijkse aanscherping van die benchmarks. Bedrijven met een eigen productbenchmark mogen er niet op achteruit gaan, zodat de gevreesde correctiefactor buiten beeld blijft.
Ook de afbouw van gratis toewijzing voor sectoren onder het koolstofgrensmechanisme CBAM gaat langzamer. Dat mechanisme laat importeurs van staal, aluminium, cement en kunstmest betalen voor de CO2 die bij productie buiten Europa vrijkomt. Omdat CBAM de Europese producenten al beschermt, zouden hun gratis rechten geleidelijk verdwijnen. Vanwege het risico dat productie alsnog uit Europa vertrekt, houdt de Commissie vanaf 2034 nog 15 procent van de normale toewijzing overeind, tot en met 2037. Pas vanaf 2038 vervalt de gratis toewijzing voor CBAM-producten volledig. Voor andere gevoelige sectoren blijven gratis emissierechten tot 2040 beschikbaar, en lidstaten mogen bedrijven na 2030 blijven compenseren voor indirecte CO2-kosten in de stroomprijs.
Vanaf 2031 verbindt Brussel strengere voorwaarden aan de gratis emissierechten. Een bedrijf moet een geverifieerd plan indienen waarin het laat zien hoe het in Europa investeert in verduurzaming en de uitstoot van zijn installatie terugdringt. Na goedkeuring ontvangt de installatie jaarlijks 80 procent van de berekende toewijzing. De resterende 20 procent volgt pas als vaststaat dat de investeringen daadwerkelijk tot een flinke emissiereductie leidden. Over vijf jaar moeten die investeringen minstens gelijk zijn aan de waarde van de ontvangen emissierechten. Verhuist een onderneming haar productie naar buiten de EU, dan vordert Brussel de rechten terug. De schoonste 10 procent van de installaties en fabrieken met zeer lage uitstoot vallen buiten deze eisen.
Tegenover de strengere eisen zet de Commissie fors meer financiering. Voor de nieuwe Industrial Decarbonisation Bank reserveert Brussel 800 miljoen rechten, goed voor naar schatting 100 miljard euro. De eerste 400 miljoen gaan naar een investeringsbooster die al voor 2030 projecten een vaste premie per vermeden ton CO2 geeft. De tweede 400 miljoen komen vanaf 2031 beschikbaar voor onder meer carbon contracts for difference. Het Innovation Fund krijgt daarnaast 200 miljoen rechten voor innovatieve technieken en eerste commerciele toepassingen.
Lidstaten moeten voortaan minstens de helft van hun veilinginkomsten in ETS-sectoren steken, van industriele elektrificatie en energieopslag tot waterstof, CCS en circulaire productie. Nu gaat volgens de Commissie nog maar zo’n 5 procent van de opbrengsten rechtstreeks naar de verduurzaming van industrieen als staal en chemie, terwijl die samen ongeveer 47 procent van de uitstoot onder het ETS veroorzaken. ‘Bijdragen van de industrie moeten terugvloeien naar de industrie’, vat Brussel de koers samen.
Verder trekt de Commissie niet-gevaarlijke afvalverbranding vanaf 2031 stapsgewijs onder het ETS, en hervormt zij de marktstabiliteitsreserve die bij een overschot minder snel emissierechten uit de markt haalt. Het Europees Parlement en de lidstaten moeten de voorstellen nog goedkeuren, dus de definitieve uitwerking kan nog schuiven. Wie meer wil weten over de werking van het Europese emissiehandelssysteem, vind bij de Europese Commissie een uitgebreide toelichting. Voor de industrie is duidelijk dat verduurzaming en concurrentiekracht in dit dossier onlosmakelijk samenhangen.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.