Machineverordening 2027 dwingt fabrikanten security en veiligheid samen te brengen

Op zijn jaarlijkse persconferentie vandaag zette automatiseringsspecialist Pilz uiteen waarom de machineverordening 2027 het vakgebied ingrijpend verandert. Vanaf 20 januari 2027 geldt verordening (EU) 2023/1230 zonder overgangstermijn, waardoor industriële security voor het eerst een wettelijke voorwaarde wordt voor functionele veiligheid. De bijbehorende norm EN 50742 verschijnt volgens Pilz pas in november, ruim twee maanden voor die datum.

Machineverordening 2027 maakt security een wettelijke voorwaarde

Ruim vijf maanden voor de invoeringsdatum gebruikte Pilz zijn jaarlijkse persbijeenkomst om de volle omvang van de nieuwe regels te schetsen. De boodschap van de directie was ondubbelzinnig, want volgens managing partner Thomas Pilz begint veiligheid voortaan pas daar waar safety en security samen worden gedacht. Die formulering klinkt als een marketingslogan, maar ze heeft inmiddels een juridische onderbouwing gekregen. De machineverordening (EU) 2023/1230 stelt namelijk voor het eerst als harde eis dat veiligheidsfuncties beschermd moeten zijn tegen manipulatie, of die manipulatie nu opzettelijk gebeurt of per ongeluk.

Daarmee verdwijnt een scheidslijn die decennialang vanzelfsprekend leek. Functionele veiligheid ging over het voorkomen van ongelukken, terwijl security werd gezien als een IT-aangelegenheid die ergens anders in de organisatie thuishoorde. Doordat machines tegenwoordig via software worden geconfigureerd, tijdens bedrijf worden bijgesteld en met elkaar communiceren, kan een ongeautoriseerde ingreep een noodstopfunctie eenvoudig buiten werking stellen. Een lichtscherm dat softwarematig is uitgeschakeld biedt geen bescherming meer, hoe degelijk het mechanische ontwerp van de installatie verder ook is. Pilz vat dat samen onder de noemer Security for Safety, waarbij het beschermen van de veiligheidsfunctie het eigenlijke doel van de securitymaatregelen vormt.

Waarom functionele veiligheid alleen niet meer volstaat

Andreas Willert, specialist industriële security bij Pilz Oostenrijk en lid van een van de betrokken normcommissies, gebruikte tijdens zijn presentatie het beeld van een woonhuis om het onderscheid te verduidelijken. Zo’n huis kan degelijk gebouwd zijn met solide muren, brandwerende materialen en een werkende alarminstallatie, wat overeenkomt met de klassieke invulling van machineveiligheid. Toch blijft dat huis alleen veilig zolang niemand er moedwillig aan sleutelt, omdat een gesaboteerd stroomcircuit of een uitgeschakeld alarm het hele ontwerp waardeloos maakt. Security vervult in die vergelijking de rol van stevige deuren en bewaakte toegangspunten, waardoor de beschermende mechanismen intact blijven. Security voorkomt dus geen ongelukken, maar zorgt ervoor dat de maatregelen die ongelukken wél voorkomen niet kunnen worden uitgeschakeld.

De praktische invulling daarvan komt uit twee normenkaders. De reeks IEC 62443 biedt al langer een systematische aanpak voor cybersecurity in industriële besturings- en automatiseringssystemen. Daarnaast moet de nog te verschijnen EN 50742 de securityeisen van de nieuwe verordening verduidelijken. Die laatste norm beschrijft technische details voor bescherming tegen corruptie en stelt eisen aan hardware, software en data die veiligheidsgerelateerde functies kunnen beïnvloeden. Bovendien bestrijkt EN 50742 de volledige levenscyclus, van ontwikkeling via bedrijfsvoering tot buitengebruikstelling, en erkent de norm IEC 62443 expliciet als aanvullende of alternatieve route. Hoe ver die norm inmiddels is gevorderd, kwam later tijdens de vragenronde aan bod.

Zones en conduits scheiden veiligheid van standaardautomatisering

Het architectuurprincipe waarop beide normen leunen, staat bekend als zones en conduits (beveiligingskanalen). Installaties worden opgedeeld in duidelijk afgebakende zones, terwijl de verbindingen daartussen bewaakt worden en alleen verkeer doorlaten dat is toegestaan. Terug in de beeldspraak van het huis vormt de ketelruimte een zone en de verbinding met de slimme thermostaat het bijbehorende conduit. Wie die verbinding manipuleert, raakt het hele systeem. Op die manier ontstaat een gelaagde verdediging volgens het defence-in-depth-principe, omdat een aanvaller die één laag doorbreekt meteen tegen de volgende aanloopt. Eén kwetsbaarheid legt daardoor niet het complete systeem plat.

Pilz trekt die redenering door naar een strikte scheiding tussen veiligheidstechniek en standaardautomatisering, wat binnen de industriële automatisering nog altijd omstreden terrein is. Veel leveranciers bieden juist geïntegreerde besturingen aan waarin veiligheid en reguliere machinelogica samenkomen op één platform. Willert wees erop dat veiligheidsfuncties op aparte hardware juist onaangetast blijven bij updates, softwarefouten of aanvallen in het standaardgedeelte, waardoor het aanvalsoppervlak aanzienlijk kleiner wordt. Veiligheidssystemen worden bovendien zelden gewijzigd in vergelijking met standaardbesturingen, zodat strikte segmentatie zowel vanuit efficiëntie als vanuit beveiliging goed uitpakt. Voor eenvoudige toepassingen wijst het bedrijf naar veiligheidsrelais uit de PNOZ-serie en voor complexere machines naar myPNOZ, die geen netwerkfunctionaliteit bezitten en daardoor niet op afstand aanvalbaar zijn.

Die keuze heeft ook gevolgen voor het onderhoud, omdat een update van het standaardprogramma geen hercertificering van de veiligheidsfuncties afdwingt. Daarnaast blijft een zelfstandig veiligheidssysteem als de PNOZmulti 2 combineerbaar met besturingen van uiteenlopende fabrikanten, terwijl geïntegreerde oplossingen de gebruiker vaak vastzetten op één technologie. Een aandachtspunt blijft wel de beschikbaarheid van diagnosegegevens, want bij een storing wil een operator direct weten welke noodstop is ingedrukt of op welk punt een lichtscherm werd onderbroken. In een net gesegmenteerde architectuur mag die diagnose-informatie doorgezet worden naar een standaard-PLC, mits toegang tot de eigenlijke veiligheidsfuncties binnen de beschermde zone streng verboden blijft.

Norm EN 50742 komt net op tijd voor de machineverordening 2027

Die vragenronde leverde het concreetste nieuws van de bijeenkomst op, want Willert zit zelf in de commissie die aan EN 50742 werkt en die vorige week nog bij Pilz vergaderde. Alle commentaren van de nationale comités zijn inmiddels verwerkt tot een document van 164 pagina’s. “Inhoudelijk is de normtekst daarmee afgerond”, aldus Willert, waarna alleen formele stappen resteren die via een versnelde procedure lopen. De finale stemming door de nationale leden staat gepland voor september 2026 en de publicatie voor november 2026.

Dat schema laat volgens hem “net genoeg tijd” voor vermelding in het Publicatieblad van de Europese Unie voordat de verordening van toepassing wordt. Wie die data naast elkaar legt, ziet echter hoe smal de marge is, omdat fabrikanten dan nog geen twee maanden hebben tussen publicatie en de invoeringsdatum. In de praktijk betekent dit dat wie zijn conformiteitstraject dit najaar afrondt, moet werken met een norm die formeel nog niet gepubliceerd is. Willert lichtte daarnaast toe dat EN 50742 twee routes kent. De eerste leidt een securityniveau af uit blootstelling, aanvalscomplexiteit en tijdsvenster en komt van daaruit tot gelaagde maatregelen, terwijl de tweede route rechtstreeks op IEC 62443 leunt. Juist daarom was het volgens hem al langer verstandig om zich in die normenreeks te verdiepen.

Wat de machineverordening 2027 van fabrikanten vraagt

Jürgen Bukowski, senior manager Consulting & Services Operations, ging in op de concrete verplichtingen die de machineverordening 2027 bij fabrikanten neerlegt. Security by design vormt daarvan de kern, omdat beschermingsmaatregelen tegen manipulatie, het omzeilen van beveiligingen en ongeautoriseerde softwarewijzigingen al in de ontwerpfase moeten worden meegenomen. Tegelijk moeten processen voor veilige software-updates, patchcycli en toegang op afstand helder gedefinieerd en gedocumenteerd zijn. Daarnaast verschuift de documentatieplicht naar digitale vorm, waarbij gebruiksaanwijzingen en conformiteitsverklaringen minimaal tien jaar beschikbaar moeten blijven. Bedrijven moeten hun documentatieprocessen daarvoor herinrichten en een concept opstellen voor die langdurige beschikbaarheid.

Nieuw is verder de eis dat veiligheidsfuncties toetsbaar moeten zijn. Machines moeten zo ontworpen worden dat gebruikers de veiligheidsgerelateerde functies zelf kunnen controleren, terwijl de fabrikant daarvoor de bijbehorende inspectie-, instel- en onderhoudsinstructies levert. In de praktijk bestond die inspectieplicht al, alleen moesten gebruikers de invulling ervan zelf bedenken. Doordat de fabrikant nu een kader meegeeft, ontstaat meer eenduidigheid en verschuift een deel van de last terug naar de partij die de machine het beste kent.

Gevraagd naar de stand van zaken bij zijn klanten gaf Bukowski een opvallend genuanceerd beeld. Een deel van de fabrikanten is volgens hem goed op weg naar naleving. Voor anderen zal het zijn alsof het “ineens Kerstmis is”, waarna ze wakker worden met het besef dat er meer moet gebeuren dan tot nu toe. Tegelijk nam hij die laatste groep in bescherming, omdat een aantal definitieve technische normen nu eenmaal nog in de maak is. Zijn advies aan wie achterloopt, is desondanks praktisch van aard. Wie zijn veiligheidscircuit al gescheiden heeft van het automatiseringsdeel, komt met betrekkelijk eenvoudige middelen als wachtwoordbeveiliging en helder wijzigingsbeheer al een heel eind richting bescherming tegen corruptie. Voor bedrijven zonder complexe of autonome machines en zonder AI aan boord noemde hij naleving nu al haalbaar.

Meer verantwoordelijkheid voor gebruikers en integratoren

Aan de gebruikerskant verandert er minstens zoveel, vooral rond het begrip substantiële wijziging dat voor het eerst wettelijk is vastgelegd. Wanneer een machine zodanig wordt aangepast dat de veiligheid er wezenlijk door verandert, volgt een nieuwe conformiteitsbeoordeling en wordt de gebruiker juridisch de fabrikant van die installatie. Positief is dat bij verbouwingen bestaande tests en documentatie voor ongewijzigde delen van de installatie mogen blijven staan, zolang de aanpassing geen nieuwe risico’s introduceert. Dat scheelt werk bij retrofits, die in de Nederlandse maakindustrie met haar relatief oude machinepark bepaald geen uitzondering vormen.

Ingewikkelder wordt het bij samengestelde installaties, oftewel machines die functioneel aan elkaar geknoopt zijn tot één proceslogica. Zodra dat gebeurt geldt het geheel als een samenstel van machines, waarvoor een afzonderlijke CE-beoordeling nodig is, ook als elke module afzonderlijk al volledig CE-conform werd geleverd. Wie die koppeling maakt, meestal de gebruiker zelf of een systeemintegrator, neemt de rol van fabrikant van de totale installatie op zich. Die partij moet niet alleen een nieuwe risicobeoordeling opstellen, maar ook veiligheidsgerelateerde interfaces, een gedeeld noodstopconcept, communicatieverbindingen en digitale dreigingen beoordelen. Bukowski illustreerde dat met een Japanse machinebouwer die modulaire installaties levert aan een Europese farmaceut. Correcte CE-markering per machine vormt daar de basis, maar de Europese gebruiker moet bij inbedrijfstelling alsnog zijn eigen beoordeling uitvoeren.

Toegangsbeheer als sluitstuk van veilige automatisering

Christoph Baumeister, senior manager Product Management, bracht het vraagstuk terug tot één vraag: wie mag wat doen op welke machine? De verordening verplicht fabrikanten bescherming te bieden tegen bedoelde en onbedoelde corruptie en te controleren of iemand bevoegd is voordat machineparameters gewijzigd kunnen worden. Voor gebruikers komt daar nationale wetgeving bovenop, want de Europese richtlijn arbeidsmiddelen werkt per lidstaat anders door. Baumeister noemde als voorbeeld de Duitse Betriebssicherheitsverordnung, die nu al een rolgebaseerd rechtensysteem met authenticatie verlangt, terwijl Nederlandse gebruikers met de eisen uit het Arbobesluit te maken hebben. Technisch vult Pilz dat in met een systeem voor Identification and Access Management, waarbij de hardwarecomponent PITreader de bevoegdheden en kwalificaties van een medewerker uitleest van een RFID-transponder. Toegang wordt daarbij aantoonbaar gelogd, zodat achteraf te herleiden valt wie welke handeling verrichtte.

Dat toegangsbeheer beperkt zich niet tot fysieke bediening van een machine, want het loopt door tot de Windows-aanmelding op een pc en het vrijgeven van industriële USB-poorten. Juist die poorten gelden als een van de belangrijkste toegangswegen voor securityincidenten, omdat een aangesloten opslagmedium of toetsenbord ongemerkt data kan importeren of wegsluizen. Door de interface pas te activeren bij de juiste bevoegdheid blijft de datastroom binnen een productiefaciliteit beheersbaar. Organisatorisch blijft er wel werk liggen, want zonder werkinstructies, opleiding en periodieke controle op de procedures verwatert het systeem alsnog. Verantwoordelijken binnen een bedrijf kunnen bij ongevallen of productiestilstand persoonlijk aansprakelijk gesteld worden, omdat zij als garant optreden voor de naleving.

Op de vraag hoe leidinggevenden hun toezichtplicht tot nu toe invulden, schetste Baumeister een weinig geruststellend beeld van de bestaande praktijk. Die berustte volgens hem vooral op organisatorische maatregelen, met mechanische sleutels, ergens opgeschreven wachtwoorden en kwalificatiedocumenten op papier. Daardoor was nauwelijks bij te houden wie waar toegang toe had, terwijl het onderhoud van zo’n systeem tijdrovend en kostbaar bleef. Met een digitaal systeem op basis van RFID ontstaat wel traceerbaarheid, zodat achteraf vaststaat wie welke rechten had en welke handeling verrichtte. Zijn conclusie was dat een technische maatregel het organisatorische lapwerk vervangt.

Machineverordening 2027 vraagt om doorlopende compliance

Waar de oude praktijk draaide om een eenmalige certificering bij oplevering, verlangt de machineverordening 2027 dat bedrijven aantoonbaar grip houden op de hele levenscyclus. Dat loopt van ontwerp en bedrijfsvoering via onderhoud tot buitengebruikstelling, inclusief de omgang met software en updates. Aan het begin van die cyclus identificeert een risicobeoordeling de benodigde veiligheidsmaatregelen, terwijl een securitybeoordeling laat zien welke maatregelen nodig zijn om de beschermingsdoelen van de gebruiker te halen. Fabrikant en gebruiker moeten daarvoor nauwer samenwerken dan tot nu toe gebruikelijk was, omdat technische documentatie, veiligheids- en securitymechanismen, updateprocessen en risicobeoordelingen allemaal op hetzelfde niveau moeten komen.

Voor dat administratieve deel presenteerde Pilz de MYZEL Lifecycle Platform, een softwaredienst die personeels- en machinegegevens in één systeem samenbrengt. Gebruikers richten hun machinepark in binnen de module myCore en koppelen daaraan de bijbehorende documenten, zoals instructies, beoordelingen, validaties, conformiteitsverklaringen, onderhoudsschema’s en opleidingsregistraties. Afwijkingen, ontbrekende bewijsstukken of verlopende termijnen verschijnen direct op een dashboard, terwijl een audit-log elke handeling in het systeem vastlegt. Wanneer een bedrijf ook het toegangssysteem van Pilz gebruikt, worden alle rechten centraal beheerd in de workflow myAccessControl en signaleert het platform automatisch wanneer een certificaat verloopt. De onderliggende gedachte is nuchter genoeg, want Excel-lijsten en papieren dossiers zijn foutgevoelig, lastig auditeerbaar en traag op het moment dat er daadwerkelijk iets misgaat.

Twee praktische vragen uit de chat leverden bruikbare details op. Op de vraag of het platform ook werkt voor machines die al op de vloer staan, antwoordde Baumeister bevestigend, omdat het assetbeheer bestaande en nieuwe installaties gelijk behandelt. Voor de Nederlandse maakindustrie met haar relatief oude machinepark is dat geen onbelangrijk detail. Over de licentiestructuur lichtte hij toe dat het om een abonnement gaat, maandelijks of jaarlijks, waarbij de staffel wordt bepaald door het aantal digitale artefacten in het systeem. Zijn rekenvoorbeeld ging uit van tien machines met ongeveer tien documenten per machine, wat neerkomt op honderd artefacten. De workflows voor bijvoorbeeld risicobeoordeling zijn daarnaast apart af te nemen, zodat een klant volgens hem alleen betaalt voor wat hij daadwerkelijk gebruikt.

Kunstmatige intelligentie doet een voorstel voor de risicobeoordeling

Tijdens een live demonstratie liet Markus Fritzmann, productmanager voor het platform, een functie zien die in het geschreven persmateriaal ontbreekt. In de module voor risicobeoordeling kan een gebruiker met een tablet een foto van de machine maken of uploaden, waarna het systeem een AI-suggestie voor de risico’s teruggeeft. De beoordeling zelf verloopt volgens ISO 12100, terwijl vooraf ingevulde checklists en sjablonen de rest van de workflow ondersteunen. Fritzmann toonde daarnaast een dashboard waarop leidinggevenden in één oogopslag zien of medewerkers hun jaarlijkse veiligheidsinstructie hebben afgerond en of er voor elke machine een securityanalyse is vastgelegd.

Thomas Pilz plaatste die inzet van AI in een breder en aanmerkelijk kritischer kader. Hij verwees naar een bericht van diezelfde ochtend over een AI-model dat was gebouwd om kwetsbaarheden op te sporen en vervolgens een bevriend bedrijf had gehackt. Precies dat scenario mag zich volgens hem nooit voordoen in een veiligheidsfunctie, bijvoorbeeld die van een humanoïde robot, waardoor zijn ontwikkelaars moeten waarborgen dat AI in Pilz-producten “niet op hol slaat”. Zijn samenvatting was scherper dan de gemiddelde beursvloerretoriek, want AI mag dan het modewoord van vandaag zijn, AI in veiligheidsfuncties noemde hij de ultieme uitdaging voor ontwikkelaars wereldwijd. Het bedrijf past de technologie inmiddels toe in onder meer zijn veilige radarsysteem en in het toegangsbeheer.

Nederlandse industrie krijgt machineverordening en NIS2 tegelijk

Voor Nederlandse fabrikanten en gebruikers valt de invoering samen met twee andere wettelijke trajecten, waardoor de stapeling groter is dan het Duitse verhaal op zichzelf suggereert. De Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse omzetting van de NIS2-richtlijn, treedt op 15 augustus 2026 in werking nadat de Eerste Kamer er begin juli mee instemde. Bedrijven die onder het toepassingsbereik vallen moeten vanaf dat moment aan de zorg- en meldplicht voldoen, zonder dat daar nog een ruime gewenningsperiode overheen gaat. Daarnaast loopt de Cyber Resilience Act, waarvan de meldplicht voor actief misbruikte kwetsbaarheden al vanaf 11 september 2026 geldt en de overige verplichtingen op 11 december 2027 volgen.

Wie die drie sporen naast elkaar legt, ziet dezelfde onderliggende eis terugkomen in een net iets andere verpakking. Een organisatie moet weten welke systemen ze heeft, wie er toegang toe heeft, hoe updates verlopen en hoe dat alles is vastgelegd. Bedrijven die hun documentatie en toegangsbeheer nu al op orde brengen voor de machineverordening, leveren daarmee tegelijk een groot deel van het bewijsmateriaal voor de andere twee regimes. Andersom geldt dat uitstel zich opstapelt, omdat de drie deadlines binnen anderhalf jaar op elkaar volgen en dezelfde interne afdelingen belasten.

Pilz zet in op diensten terwijl de omzet onder druk staat

Opvallend genoeg kwamen die cijfers tijdens de bijeenkomst zelf niet ter sprake. Susanne Kunschert kondigde in haar opening namelijk aan dat bedrijfscijfers vaak alleen voor bepaalde markten en regio’s van direct belang zijn, terwijl technologische veranderingen en innovaties wereldwijd interesse wekken. Pilz richt de persconferentie daarom voortaan volledig op technische onderwerpen, waardoor de jaarcijfers verhuizen naar het bedrijfsprofiel. Daarin staat dat de omzet in 2025 uitkwam op 338 miljoen euro, tegenover 341 miljoen een jaar eerder, bij wereldwijd ongeveer 2.500 medewerkers en 42 vestigingen en dochterondernemingen. Dat betekent een tweede daling op rij, terwijl Kunschert vorig jaar nog een licht herstel in het vooruitzicht stelde.

Juist in die stagnerende machinebouwmarkt kiest Pilz ervoor het accent te verleggen van losse componenten naar advies, opleiding en software. Volgens Thomas Pilz komen de twee nieuwe modulaire diensten al binnen enkele weken wereldwijd beschikbaar. Security Evaluation of Machinery en Security Assessment of Machinery beoordelen securityrisico’s en sporen kwetsbaarheden in machines op. Het opleidingsaanbod loopt van een basiscursus industriële security tot de certificering CESA voor security in automatisering, naast het bestaande CMSE-programma dat Pilz in 2013 samen met TÜV Nord opzette.

Die verschuiving richting diensten is verklaarbaar, omdat de machineverordening 2027 vooral kennisvragen oproept en veel minder om nieuwe hardware draait. Machinebouwers weten doorgaans hoe ze een veilige machine bouwen, terwijl de vertaling naar digitale documentatie, securityarchitectuur en aantoonbare naleving nieuwer terrein is. Tegelijk blijft er een gezonde dosis scepsis op zijn plaats, want een leverancier die zowel de norm uitlegt als de oplossing verkoopt heeft belang bij een zo streng mogelijke interpretatie.

Wat bedrijven nu concreet kunnen doen om zich op de machineverordening 2027 voor te bereiden, laat zich in een paar stappen samenvatten. Zet alle gebruiksaanwijzingen, conformiteitsverklaringen en technische documentatie om naar digitale, auditbestendige formats met een bewaartermijn van minimaal tien jaar. Neem securityeisen mee vanaf de ontwikkelfase in plaats van ze achteraf op een bestaand ontwerp te plakken. Controleer daarnaast of machines onder een hoogrisicocategorie van de verordening vallen, omdat daarvoor tijdig een aangemelde instantie moet worden ingeschakeld. Ten slotte verdient het aanbeveling om medewerkers uit ontwikkeling, service en productie gericht bij te scholen, want zonder die kennis blijft elke architectuur op papier steken. Geen onbelangrijk aandachtspunt lijkt mij, want 20 januari 2027 komt inmiddels verdacht snel dichterbij.

Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.


Avatar foto

Erik de Jong (Advercom)

Erik bevindt zich al ruim 18 jaar in de uitgeefwereld. Hij studeerde HEAO Bedrijfseconomie en was betrokken bij het industriële automatiseringsvakblad Automatie|PMA en het vakblad Vision+Robotics. In 2020 richtte hij samen met Yuk Chi Kan het online nieuwsplatform IndustrieVandaag op. Momenteel is Erik uitgever bij Industrievandaag.nl, waar hij zijn uitgebreide kennis van online uitgeven, SEO, GEO en AI inzet. Zijn bedrijfseconomische achtergrond en jarenlange betrokkenheid bij industriële automatisering maken hem een inhoudelijk onderbouwde bron binnen het vakgebied van industriële technologie en digitale publicatie.
Lees meer van: Erik de Jong (Advercom)

Algemeen - Uitgelicht

Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE INDUSTRIËLE EN TECHNISCHE ONTWIKKELINGEN!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.