Home » Algemeen » Economisch » Nederlandse defensie industrie verdubbelt omzet naar ruim 10 miljard euro
Door: Redactie - 18 juni 2026 |
De Nederlandse defensie industrie heeft haar omzet in vier jaar tijd meer dan verdubbeld, van 4,7 miljard euro in 2021 naar 10,2 miljard euro in 2025. Dat blijkt uit het nieuwste Berenschot-rapport over de Nederlandse defensie- en veiligheidgerelateerde technologische industriële basis (NLDTIB), dat in april 2026 verscheen. De sector telt inmiddels circa 1.500 bedrijven en ruim 35.000 arbeidsplaatsen die direct aan defensie en veiligheid zijn gekoppeld.
Het periodieke onderzoek dat Berenschot uitvoert in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken brengt de omvang, kenmerken en positie van de defensie industrie in Nederland in kaart. Het is het achtste rapport in een reeks die teruggaat tot 2004 en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met EZK en de stichting NIDV. De meest recente editie, gebaseerd op gegevens van 524 bedrijven (circa 35% van de totale populatie), laat een sterke versnelling zien. In 2022 lag de defensie- en veiligheidgerelateerde omzet nog op 5,7 miljard euro. Via 7,7 miljard in 2023 en 8,0 miljard in 2024 bereikte die in 2025 het recordniveau van 10,2 miljard euro.
Die groei wordt voor een belangrijk deel aangedreven door de fors gestegen Nederlandse defensie-uitgaven. Het kabinet wil die verhogen naar 5% van het bruto binnenlands product, waarvan 3,5% voor militaire capaciteit en 1,5% voor kritieke infrastructuur, cyberbeveiliging en civiele paraatheid, zo blijkt uit de regeringsplannen voor versnelde defensie-opbouw. De toegevoegde waarde van de sector steeg in dezelfde periode van 2,4 miljard naar circa 5 miljard euro. Die stijging is volgens het rapport voonamelijk te danken aan volumegroei, niet aan prijsverhogingen. Zo’n 14% van de ondervraagde bedrijven geeft aan gestegen kosten helemaal niet te kunnen doorberekenen aan klanten. De defensie industrie draait daarmee aantoonbaar op reële productiegroei.
De populatie van de NLDTIB is sinds 2021 met de helft gegroeid. Waar het onderzoek eerder circa 1.050 bedrijven registreerde, telt de sector nu ongeveer 1.500 ondernemingen. Ongeveer 88% daarvan is mkb. Een op de vijf bedrijven is in de afgelopen drie jaar toegetreden tot de defensiemarkt. Het betreft vooral kleinere bedrijven die actief zijn in het luchtdomein en binnen intelligente systemen, zoals dronefabrikanten en leveranciers van subsystemen. De ketenpositie van deze nieuwkomers verschilt nauwelijks van die van bestaande spelers: ze opereren in vergelijkbare rollen als toeleverancier, dienstverlener of componentenfabrikant.
Die nieuwkomers dragen aanzienlijk bij aan de totale groei. In 2025 realiseerden recent toegetreden bedrijven gezamenlijk ongeveer 1 miljard euro aan defensie- en veiligheidgerelateerde omzet, met name in het lucht- en landdomein. De omzetgroei van circa 2 miljard euro tussen 2024 en 2025 kwam voor ongeveer de helft uit nieuwe toetreders en voor de andere helft uit bestaande spelers. De gemiddelde omzet per bedrijf bleef in die periode stabiel, wat bevestigt dat de sectorgroei vrijwel volledig voortkomt uit het groeiende aantal ondernemingen.
De NLDTIB beschikt over een brede waardeketen die reikt van grondstoffen en elementaire componenten tot complete eindproducten. Toch kent de sector relatief weinig OEM’s met een zelfscheppende rol: circa 20% van de bedrijven opereert als OEM. Het grootste deel is actief als toeleverancier of dienstverlener. De maakindustrie, hightech systeembouwers, ICT-bedrijven en gespecialiseerde engineeringbureaus vormen samen de ruggengraat van dit ecosysteem. Het aandeel bedrijven met een buitenlandse eigenaar bleef stabiel op 24%.
Een opvallende verschuiving in het rapport is de veranderde afzetmarkt. Hoewel de absolute exportomzet licht toenam naar 3,6 miljard euro, daalde het exportpercentage van circa 45% in de periode 2019 tot 2023 naar 36% in 2025. De defensie industrie Nederland levert dus in toenemende mate aan de eigen markt. Die verschuiving hangt direct samen met het groeiende Defensiematerieelbegrotingsfonds en de hogere binnenlandse defensiebudgetten. De omzet van de NLDTIB groeit bovendien sneller dan de gezamenlijke defensiebudgetten van NAVO-landen, wat wijst op een toenemend marktaandeel van Nederlandse bedrijven binnen het bondgenootschap.
Internationaal blijft de sector niettemin actief. West-Europa, met name Duitsland, en de Verenigde Staten zijn de belangrijkste exportmarkten. Het aandeel leveringen aan de Noordse landen neemt toe, terwijl het aandeel richting de VS licht daalt. In het ruimtevaartdomein verwachten bedrijven juist een intensivering van de trans-Atlantische samenwerking.
De auteurs van het rapport plaatsen wel een kanttekening bij deze ontwikkeling. Hoewel binnenlands succes nodig is voor internationale geloofwaardigheid, vormt een dalende exportquote op termijn een strategisch risico. Een te sterke oriëntatie op de eigen markt kan ertoe leiden dat bedrijven minder goed geïntegreerd raken in internationale toeleveringsketens. Het rapport pleit dan ook voor een proactievere rol van de ministeries van Economische Zaken, Defensie en Buitenlandse Zaken om de Nederlandse defensie industrie internationaal beter te positioneren.
Het aantal arbeidsplaatsen dat direct aan defensie en veiligheid is gekoppeld groeide van 18.651 fte in 2021 naar 35.428 fte in 2025, bijna een verdubbeling. In totaal zijn circa 325.000 fte werkzaam bij bedrijven die tot de NLDTIB worden gerekend, inclusief hun civiele activiteiten. De werkgelegenheid concentreert zich in clusters rond Amsterdam, in Zuid-Holland, Noord-Brabant en Overijssel. Het land- en maritieme domein hebben het hoogste aantal arbeidsplaatsen, gevolgd door het luchtdomein. Het Nederlandse aandeel in de Europese defensie-werkgelegenheid steeg van 3,1% in 2022 naar 3,3% in 2024, een bescheiden maar gestage stijging in een markt die ook op Europees niveau flink groeit.
De defensie industrie onderscheidt zich door een uitzonderlijk hoge R&D-intensiteit. Gemiddeld investeert de sector 13% van haar omzet in research and development, tegenover 7% gemiddeld in de Nederlandse industrie en 2,3% als landelijk gemiddelde. Binnen de vijf prioritaire NLD-technologiegebieden (sensoren en radar, slimme materialen, quantum, ruimtevaarttechnologie en intelligente systemen) ligt dat percentage op 17%. Het quantumdomein is de absolute uitschieter met 41% R&D-intensiteit. In totaal zijn circa 8.464 fte direct betrokken bij defensiegerelateerd onderzoek en ontwikkeling.
Bedrijven in het dronesegment realiseerden in 2025 een gezamenlijke omzet van circa 630 miljoen euro. Circa 5% van de NLDTIB-bedrijven richt zich specifiek op drones en counter-UAS-systemen. Investeringen in luchtverdedigingssystemen en dronetechnologie groeiden bovengemiddeld. De sector verwacht in 2026 met name te investeren in artificial intelligence, data science en machine learning, systems engineering en geavanceerde materialen.
Ondanks het uitgesproken optimisme (ruim 80% van de bedrijven rekent op omzetgroei in 2026, waarvan 44% op meer dan 10%) stuiten ondernemingen op structurele belemmeringen bij verdere opschaling. De arbeidsmarkt is de meest genoemde hindernis. Naast de al bekende tekorten aan technisch personeel melden bedrijven groeiende zorgen over verdringingseffecten. Defensie zelf, de groeiende defensie industrie en de reguliere technische sector concurreren steeds sterker om dezelfde pool van engineers, operators en IT-professionals.
Bedrijven verwachten gemiddeld 33% van hun huidige omzet te kunnen opschalen, met een maximale capaciteit van 67% als aan alle voorwaarden wordt voldaan. Beide percentages liggen hoger dan in het voorgaande onderzoek (respectievelijk 22% en 57%). De voorkeursmethode voor opschaling is het intensiever benutten van bestaande productiecapaciteit en het aannemen van nieuw personeel. Uitbreiding van fysieke faciliteiten of verplaatsing van productie naar het buitenland wordt wel overwogen, maar speelt een beduidend kleinere rol.
Financieringsproblemen vormen een aanvullende belemmering. Banken en private investeerders blijven terughoudend bij defensiegerelateerde opdrachten, ondanks beter gevulde orderboeken. De sector vraagt om meer voorspelbaarheid in de inkoopplanning van het Ministerie van Defensie. Langjarige contracten en vroegtijdige informatie over aanbestedingen zouden bedrijven helpen bij het nemen van investeringsbeslissingen. Daarnaast dringt de sector aan op gerichte ketenregie vanuit de overheid om de opschaling beter te coördineren.
De technologische breedte van de NLDTIB neemt gestaag toe. Inmiddels is 48% van de bedrijven actief binnen ten minste een van de vijf NLD-technologiegebieden. Bedrijven in die categorieën realiseren bovengemiddelde omzetgroei en investeren meer in R&D dan de rest van de sector. Het zwaartepunt verschuift daarbij naar technologieën die aansluiten op nationale veiligheidsprioriteiten. Nieuwkomers investeren gemiddeld zelfs meer in R&D (17% van de omzet) dan bedrijven die al langer actief zijn in de sector (13%).
Sensoren en radartechnologie vormen met ruim 17.500 fte het grootste NLD-gebied. Intelligente systemen, inclusief drones en counter-UAS, tellen circa 15.000 fte en laten sterke groei zien. Slimme materialen nemen met 12.000 fte eveneens een prominente positie in. Quantum en ruimtevaart zijn kleiner in absolute aantallen, maar ontwikkelen zich uitzonderlijk snel en kennen de hoogste R&D-intensiteit van alle technologiedomeinen.
De Europese samenwerking intensiveert. In lijn met de bredere ambitie om de Europese defensiecapaciteit te versterken, zoeken NLDTIB-bedrijven steeds vaker partners binnen de EU. De trans-Atlantische samenwerking wordt geleidelijk minder dominant, met uitzondering van het ruimtevaartdomein. Het Berenschot-rapport concludeert dat de defensie industrie in Nederland met gerichte ketenregie, voorspelbare vraag en strategishe investeringen kan uitgroeien tot een duurzaam fundament voor een toekomstbestendige en weerbare krijgsmacht.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.