Home » Algemeen » Economisch » Conflict rond Iran kan Nederlandse industrie en transport hard raken
Door: Redactie - 17 maart 2026 |
Het gewapend conflict rond Iran jaagt energieprijzen omhoog en raakt daarmee de kern van de Nederlandse economie. Niet alleen olie en gas stijgen fors in prijs; ook elektriciteit, diesel en luchtvracht worden aanzienlijk duurder. Energie-intensieve sectoren zoals de glastuinbouw, chemische industrie, transportsector en voedingsmiddelenindustrie krijgen direct te maken met oplopende kosten. De gevolgen reiken inmiddels verder dan alleen de energierekening.
Sinds de Amerikaanse en Israelische aanvallen op Iran is de eenmaands-gasfuture (TTF) bijna verdubbeld. De prijs steeg van circa 32 euro per megawattuur (MWh) naar zo’n 59 euro per MWh op 9 maart. De olieprijs (Brent) klom van een kleine 73 dollar eind februari naar bijna 120 dollar per vat op maandagochtend 9 maart. Later die dag viel de prijs terug naar circa 100 dollar per vat, nadat berichten opdoken dat de G7 overweegt de strategische olievoorraad in te zetten om de oliemarkt te kalmeren.
In de transportsector manifesteren de gevolgen zich onmiddellijk. De dieselprijs voor grootverbruikers steeg van 1,74 euro eind februari naar een recordniveau van 2,08 euro per liter (exclusief btw) op dinsdag 10 maart, een stijging van ongeveer 20 procent. Wegvervoerders verrekenen stijgingen van de dieselprijs doorgaans via een dieselclausule in hun contracten met opdrachtgevers. Doordat zij de hogere dieselprijs echter snel moeten afrekenen bij de brandstofleverancier en soms pas maanden later betaald krijgen, vergt de plotselinge prijsstijging veel extra werkkapitaal. Dat is een reëel probleem voor veel transportbedrijven.
ABN AMRO stelde een top 20 op van de meest energie-intensieve sectoren in Nederland die te lijden hebben onder het conflict rond Iran, gerangschikt op energiekosten als percentage van de omzet in 2023. De glastuinbouw (sierteelt en glasgroente) staat met 21,8 procent bovenaan. Waterleidingbedrijven volgen op de tweede plaats met 10,6 procent, terwijl sauna’s, solaria en baden op 7,2 procent uitkomen. Verder scoren de delfstoffenwinning (6,8 procent), bouwmaterialenindustrie (5,8 procent), basismetaalindustrie (5,4 procent) en wasserijen (5,2 procent) opvallend hoog. De chemische industrie (4,7 procent) en papierindustrie (4,6 procent) completeren de bovenste helft van de lijst.
Wat opvalt: bij de basismetaalindustrie vertegenwoordigen energiekosten maar liefst -104,1 procent van de winst, wat erop wijst dat deze sector al verlieslatend opereert. Hogere energieprijzen verergeren die situatie alleen maar. De escalatie in het Midden-Oosten treft dus niet alle sectoren op dezelfde manier. Sommige bedrijven hebben energiecontracten voor langere tijd vastgelegd, waardoor zij beter beschermd zijn. Volgens de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) hebben veel grootverbruikers in 2025 energiecontracten afgesloten voor drie jaar of langer. Bedrijven met variabele contracten merken de stijging vermoedelijk vooral vanaf komende zomer, wanneer hun tarieven opnieuw worden vastgesteld.
De Straat van Hormuz, de zee-engte tussen Iran en Oman, is normaal gesproken goed voor ongeveer 20 procent van de mondiale olie- en LNG-export. Door Iraanse beschietingen van tankschepen is de scheepvaart op deze route begin maart nagenoeg stilgevallen. Dat heeft vergaande consequenties voor de wereldhandel. Rederijen mijden ook de route via de Rode Zee en het Suezkanaal, een route die sinds begin dit jaar net weer openlag nadat de Houthi-rebellen in Jemen schepen jarenlang hadden bestookt. Schepen tussen China en Europa varen nu om Afrika heen, met langere levertijden en hogere tarieven als gevolg. Containerreders rekenen bovendien allerlei toeslagen, waaronder een ‘war risk premium’ van duizenden dollars per container voor bestemmingen in het Midden-Oosten en een brandstoftoeslag vanwege de fors gestegen olieprijs.
In de luchtvaart escaleert de situatie eveneens snel. Door de gedeeltelijke sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten valt een deel van de mondiale capaciteit weg. Hubs als Dubai en Doha, waar passagiers normaal overstappen op vluchten naar Zuid-Azie, functioneren niet meer volwaardig. Dat raakt niet alleen het passagiersvervoer; in het ruim van passagiersvliegtuigen reist normaal gesproken ongeveer de helft van de mondiale luchtvracht mee. Door het wegvallen van deze capaciteit stijgen de luchtvrachttarieven sterk. Fabrikanten in Bangladesh en India melden dat zendingen op luchthavens blijven liggen, nu luchtvaartmaatschappijen hun routes aanpassen.
De bouwsector ondervindt de gevolgen van het conflict rond Iran vooral via hogere transportkosten en duurdere bouwmaterialen. De productie van aluminium, glas, beton, isolatiemateriaal en bakstenen is energie-intensief. Tijdens de energiecrisis van 2022 stegen de prijzen van veel bouwmaterialen met tientallen procenten. Een vergelijkbaar scenario dreigt nu opnieuw. Bouwers voelen gestegen materiaalprijzen vaak direct, omdat zij vanwege vaste prijsafspraken met opdrachtgevers een stijging van de projectkosten niet meteen kunnen doorberekenen. Brancheorganisatie Hibin waarschuwde in het najaar van 2025 al voor aanhoudende margedruk in de bouwgroothandel, ondanks sterke omzetgroei.
De retailsector krijgt te maken met stijgende inkoopkosten, toenemende druk op consumentenbestedingen en langere levertijden. Duurdere logistiek en verstoringen in wereldwijde aanvoerketens dwingen retailers om te kiezen tussen het verhogen van consumentenprijzen, het verlagen van marges of het aanpassen van het assortiment. Consumenten gaan de gevolgen eveneens merken. Hogere benzine- en energierekeningen verminderen de koopkracht, waardoor de vraag naar niet-essentiele producten zoals mode, elektronica en luxeartikelen kan afnemen.
Hoewel het verdere verloop van de militaire escalatie rond Iran nog zeer ongewis blijft, tekenen zich ten opzichte van 2022 duidelijke verschillen af. Wat vandaag slechter uitpakt, is de hogere rentestand, een gemiddeld lagere liquiditeitspositie bij bedrijven en lagere gasvoorraden in Europa. Geopolitieke risico’s spelen bovendien gelijktijdig op meerdere fronten: de scheepvaart ligt stil, het luchtruim is deels gesloten en bijna dagelijks bestoken raketten en drones energie-infrastructuur zoals olieterminals, LNG-terminals, raffinaderijen en tankschepen.
Daar staat tegenover dat de energieprijzen vooralsnog lager liggen dan in 2022. De termijnmarkt rekent bovendien op een daling van de prijzen in 2027. Dat betekent dat bedrijven die nu langjarige contracten afsluiten, dit waarschijnlijk tegen lagere prijzen kunnen doen dan bij een jaarcontract of variabel contract. Daarnaast hebben veel bedrijven sinds de vorige crisis hun energie-intensiteit verlaagd door investeringen in verduurzaming. De LNG-infrastructuur in Europa en de Verenigde Staten is uitgebreid en het aandeel hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix nam toe. De glastuinbouw bijvoorbeeld reduceerde het gasverbruik met circa 20 procent in de afgelopen vijf jaar, zo blijkt uit cijfers van Agrimatie.
Binnen de voedingsmiddelenindustrie treffen hogere energiekosten met name energie-intensieve branches zoals industriele bakkerijen en de verwerking van groente en fruit. De meeste bedrijven werken met een mix van energiecontracten, waardoor prijsstijgingen vertraagd doorwerken. Ervaringen uit 2022 laten echter zien dat een explosie van de productiekosten zich na drie tot negen maanden vertaalt in hogere consumentenprijzen. Vooral kleinere bedrijven lijden hieronder, omdat zij hogere kosten moeten voorfinancieren terwijl verkoopprijzen nog niet meebewegen.
In de landbouw lopen de kosten op voor brandstof van landbouwmachines en voor stikstofkunstmest door het conflict rond Iran. De prijs van kunstmest hangt sterk samen met energieprijzen, omdat het productieproces zeer energie-intensief is. Bovendien loopt het risico op verstoringen in de aanvoerketens op: 25 tot 35 procent van de wereldwijde grondstoffen zoals kalium, fosfor en ureum komt uit de regio. Akkerbouwers hebben voor het komende seizoen de kunstmest grotendeels al ingekocht, waardoor de impact vertraagd doorwerkt. Bij structureel hogere kunstmestprijzen stappen boeren waar mogelijk over op dierlijke mest.
Jaarlijks exporteert de Nederlandse dranken- en voedingsmiddelenindustrie ruim 2,9 miljard euro naar het Midden-Oosten, wat volgens het CBS neerkomt op slechts 2,8 procent van de totale export. Voor de totale sector lijken de gevolgen van een uitval beperkt, al zijn er uitschieters: chocolade (8 procent van de totale export), zuivel (5 procent) en groente en fruit (5 procent) kennen een bovengemiddelde afhankelijkheid van die regio.
Voor ondernemers is het van belang om goed zicht te houden op de ontwikkeling van kosten en op de liquiditeitsbehoefte. Inkopers kunnen wellicht nog een langjarig energiecontract afsluiten om zich in te dekken tegen het risico van een langdurig gewapend conflict rond Iran. Dat geldt ook voor de inkoop van energie-intensieve materialen en producten, zoals bouwmaterialen, metalen en kunststof verpakkingen. In contracten met afnemers kunnen clausules opgenomen worden over het doorberekenen van plotselinge stijgingen van energie- of grondstofprijzen. Ondernemers die zulke voorwaarden niet in hun contracten hebben, doen er goed aan vroegtijdig te overleggen met hun klanten.
De verduurzaming van de bedrijfsvoering wordt door de stijgende energieprijzen nog interessanter. Bij energiebesparende maatregelen, zoals isoleren of het vervangen van verouderde apparaten, wordt een onderneming minder gevoelig voor prijsschommelingen. Elektrificatie biedt eveneens kansen, zeker in combinatie met zonnepanelen. Voorzichtigheid is wel geboden bij het inkopen van extra voorraden. Bij verstoringen in toeleveringsketens kopen ondernemers vaak te veel in, waardoor overtollige voorraden ontstaan die liquiditeit opslokken en druk zetten op de winstmarge. De komende maanden zullen uitwijzen hoe lang het conflict rond Iran de Nederlandse economie blijft belasten.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.