Home » Dossier » Artificial Intelligence (AI) » AI-gigafabriek moet gat dichten in Europese rekenkracht
Door: Redactie - 5 mei 2026 |
Nederland wil een AI-gigafabriek in het Rotterdamse havengebied. De Tweede Kamer staat er massaal achter, de politieke wil lijkt aanwezig, maar het kabinet trekt geen publiek geld uit. Dat betekent dat private partijen de financiering volledig moeten dragen, en dat de strategische waarde van dit grootschalige rekencentrum staat of valt met de vraag wie er uiteindelijk de rekenkracht afneemt. En dat zijn, hoe paradoxaal ook, vooral Amerikaanse techgiganten.
Europa heeft een probleem. Driekwart van de wereldwijde AI-rekenkracht staat in de Verenigde Staten. Europa zelf komt niet verder dan een magere vijf procent. Om dat tekort aan te pakken, heeft Europa besloten dat het continent vijf zogeheten AI-gigafabrieken moet huisvesten: enorme datacenters met elk minimaal 100.000 GPU’s, vergelijkbaar qua schaal met de nieuwste faciliteiten van partijen als OpenAI.
In Nederland stapt ondernemer Han de Groot naar voren. Via zijn bedrijf Volt, in een joint venture met energiebedrijf Eneco, wil hij zo’n grootschalig rekencentrum ontwikkelen en exploiteren in het Rotterdamse havengebied. De locatiekeuze is weloverwogen. “Daar is ruimte, en bovendien kan het rekencentrum direct gebruikmaken van windenergie op zee. Het stroomnet raakt zo niet verder belast”, legt De Groot uit. Een verspreid netwerk van kleinere datacenters is volgens hem geen realistisch alternatief, simpelweg omdat Nederland kampt met ruimtegebrek en netcongestie.
De beoogde AI-gigafabriek richt zich niet alleen op het trainen van AI-modellen. De faciliteit combineert meerdere functies: het trainen en verfijnen van modellen, het uitvoeren van zogeheten inference (het daadwerkelijk gebruiken van modellen) en het aanbieden van bredere clouddiensten. Dat de focus niet uitsluitend op training ligt, is een bewuste keuze. Europa beschikt simpelweg niet over de schare aan AI-labs die Amerika wel heeft. Alleen Mistral uit Frankrijk speelt op dat niveau mee.
Bovendien maakt de hogere stroomprijs in Nederland zwaar trainen minder aantrekkelijk vergeleken met landen als Noorwegen of Saudi-Arabië. “Het trainen van de allergrootste AI-modellen vraagt meer stroom dan het gebruik ervan. In vergelijking met landen met goedkopere opwekcapaciteit wordt het hier al gauw duur”, aldus De Groot. De keuze voor inference speelt ook in op de uitstekende digitale connectiviteit van Nederland, met snelle verbindingen naar alle grote Europese regio’s.
Een bijzondere categorie toepassingen die de komende jaren sterk aan belang wint, zijn zogeheten world models: grote AI-modellen die niet alleen op tekst draaien, maar ook putten uit videomateriaal, sensordata van robots en simulaties. “Het gebruik van deze modellen vergt veel rekenkracht”, vertelt De Groot. Toepassingen liggen onder meer in robotica, virtual reality voor professionele training, en het analyseren van complexe verkeers- en veiligheidssituaties.
De politieke steun voor de Nederlandse AI-gigafabriek lijkt breed. Begin april stemden 138 Kamerleden voor een motie die pleit voor ‘Europees tenzij’-beleid bij aanbestedingen voor kritieke digitale infrastructuur. Alle politieke partijen spraken hun steun uit voor het initiatief in Rotterdam. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit gaf in een recente Kamerbrief aan het vergunningsbeleid voor datacenters te willen stroomlijnen en positief te staan tegenover private investeringen die het Europese AI-ecosysteem versterken.
Maar financieel bijdragen doet het kabinet niet. Geen subsidie, geen voorinkoop van rekenkracht. Daarmee valt ook de route naar Europese medefinanciering weg, want die vereist juist een harde financiële toezegging van de nationale overheid. Het datacenter moet volledig door de markt komen. Zowel de financiering als de vraag.
Voor de financiering van een grootschalig AI-rekencentrum geldt een ijzeren wet: er moet vooraf een langetermijncontract liggen met een grote afnemer. “Vaak zijn het grote techbedrijven, zoals Amerikaanse hyperscalers, die deze rol vervullen”, zegt Timo Buijs, specialist digitale infrastructuurfinanciering bij ABN AMRO. “Zij brengen hun servers ook onder in datacenters van derden.”
Amazon Web Services, Google Cloud en Microsoft Azure domineren momenteel samen zo’n 70 procent van de Europese cloudmarkt. Voor deze partijen kan een Europees AI-rekencentrum een efficiënte manier zijn om rekenkracht dichter bij hun gebruikers te positioneren, en zo hun positie verder te versterken. Dat wringt, want het is precies de dominantie van deze techgiganten waarvan Europa zich wil bevrijden.
De Groot erkent de spanning. “Als je de markt zijn werk laat doen en geen publieke steun inzet, is dit een logisch gevolg.” Hij benadrukt dat het al winst is dat de AI-gigafabriek Nederlands eigendom wordt. Dat wijkt namelijk af van de huidige situatie, waarin de grootste datacenters in Nederland vrijwel allemaal in handen zijn van Amerikaanse partijen.
Naast de Amerikaanse hyperscalers kijkt De Groot ook naar een nieuwe generatie Europese cloudaanbieders, zoals OVHcloud, Nebius en Scaleway. Deze zogenoemde neoclouds richten zich specifiek op AI-toepassingen en bedienen een groeiende groep Europese startups en scale-ups. Ze zijn kleiner dan de grote drie, maar vormen wel een toegangspoort tot een bredere Europese gebruikersbasis.
Daarnaast rekent De Groot op vraag van grote Europese ondernemingen in gereguleerde sectoren. “Denk aan banken en verzekeraars. Als dergelijke partijen op grote schaal AI-agents inzetten, willen ze zeker weten waar die agents fysiek draaien.” Dat argument raakt aan een breder thema: digitale soevereiniteit. De vraag waar data en rekenkracht zich bevinden, wordt in Europese boardrooms steeds vaker gesteld, mede onder druk van regelgeving zoals de AI Act en de DORA-verordening voor de financiële sector.
Buijs van ABN AMRO legt uit hoe de financiering in de praktijk werkt. “Je begint met de schil van het gebouw. De infrastructuur, elektriciteit, koeling en connectiviteit, voeg je stapsgewijs toe als de vraag groeit.” De bank kan in een vroege fase een deel van de investering als lening verstrekken. Naarmate het datacenter omzet genereert en het risicoprofiel daalt, neemt de bereidheid om grotere financieringsandelen te verstrekken toe.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat inventariseren welke lagere overheden behoefte hebben aan Europese AI-rekenkracht. Een kleine stap in de goede richting, maar voor De Groot is het niet genoeg. Hij hoopt dat de overheid de rol van launching customer op zich neemt: een eerste grote klant die het vertrouwen van andere afnemers en financiers vergroot. “Dat we geen subsidie zouden krijgen, is een scenario waar we al vanaf het begin rekening mee hebben gehouden.”
De komende maanden worden bepalend. Welke partijen committeren zich daadwerkelijk aan de Nederlandse AI-gigafabriek? En in welke verhouding staan Europese en Amerikaanse afnemers tegenover elkaar? Die mix bepaalt niet alleen de businesscase, maar ook de mate waarin dit grootschalige rekencentrum bijdraagt aan echte Europese digitale zelfstandigheid. De rekenkracht komt naar Europa, dat staat vast. Maar de vraag achter de stekker is nog lang niet beantwoord.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.