Home » Dossier » Energietransitie, elektrificatie » Nederland bouwt eerste commerciële gesmoltenzoutreactor in Zeeland
Door: Redactie - 30 april 2026 |
Nederland zet een opvallende stap vooruit met de bouw van de eerste commerciële gesmoltenzoutreactor kernenergie van Europa. In Zeeland werkt de Frans-Nederlandse start-up Thorizon samen met EPZ, NRG PALLAS, twee provincies en diverse investeerders aan een reactor die draait op bestaand kernafval. De ambitie is groot: in 2034 moet de installatie elektriciteit leveren aan het Europese net en de energieonafhankelijkheid van het continent versterken.
De technologie achter de molten salt reactor van Thorizon verschilt fundamenteel van bestaande kerncentrales. In plaats van vaste splijtstofstaven lost de splijtstof op in vloeibaar zout. Dat zout zet veilig uit bij stijgende temperaturen en stroomt bij oververhitting automatisch naar een opvangsysteem onderin het gebouw. Daardoor vermindert het risico op een kernsmeltig aanzienlijk, iets wat in Fukushima nog catastrofale gevolgen had.
Wat deze gesmoltenzoutreactor kernenergie extra interessant maakt, is de brandstofkeuze. De reactor draait op bestaand kernafval en sommige ontwerpen kunnen ook thorium verwerken. Europa beschikt over voldoende nucleair afval om dergelijke reactoren decennialang van brandstof te voorzien. Daarmee verandert een langdurig opslagprobleem in een energiebron.
Thorizon kiest voor een gefaseerde aanpak. Een testfaciliteit moet in 2027 operationeel zijn, gevolgd door een demonstratiereactor in 2030 en uiteindelijk de commerciële centrale in 2034. De totale investering overschrijdt de 1 miljard euro, met steun uit zowel publieke als private hoek. Eerder haalde het bedrijf al 20 miljoen euro op voor de ontwikkeling van zijn kleine modulaire ontwerp, de Thorizon One.
Volgens CEO Kiki Lauwers kost alleen de bouw van de commerciële reactor naar verwachting meer dan 500 miljoen euro. Niet iedereen gelooft in het ambitieuze tijdspad. Nucleair fysicus Martin Rohde van de TU Delft acht 2040-2050 een realistischer tijdvenster voor volledige commerciële inzet van deze vorm van nucleaire energie in Europa.
De voordelen gaan verder dan veiligheid alleen. Een vloeibare zoutreactor produceert niet alleen elektriciteit, maar ook hoogwaardige industriële warmte tot ongeveer 550 graden Celsius. Daarmee is de installatie geschikt voor proceswarmte in de chemische industrie en staalproductie, twee sectoren die moeite hebben met verduurzaming. De Nederlandse industrie verbruikt volgens CBS-cijfers jaarlijks meer dan 400 petajoule aan energie, waarvan een groot deel als warmte. Een gesmoltenzoutreactor kernenergie kan daarin een rol spelen.
Toch kent de technologie duidelijke nadelen. De bouw van de reactor zelf veroorzaakt broeikasgassen, ondanks de lage CO2-uitstoot tijdens gebruik. Corrosie door het hete, chemisch agressieve zout vormt een technische uitdaging waar nog beperkt onderzoek naar is. Rohde wijst erop dat de langetermijneffecten op reactorstructuren nog onvoldoende in kaart gebracht zijn.
Hoewel deze vorm van kernenergie modern aandoet, stamt het concept uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaanse kernfysicus Alvin Weinberg wist het Oak Ridge National Laboratory in Tennessee een sleutelrol te geven in de ontwikkeling. Dit leidde onder meer tot het Homogeneous Reactor Experiment en het Aircraft Reactor Experiment, beide gebaseerd op vloeibare brandstof.
In de jaren zestig draaide het Molten Salt Reactor Experiment onder leiding van Weinberg succesvol van 1965 tot 1969. De reactor opereerde stabiel gedurende circa 13.000 uur over vier jaar. Gegevens van het Oak Ridge Laboratory tonen aan dat de grafietstaven in de reactorkern minimale schade opliepen. Na de jaren zeventig verdween het onderzoek naar de achtergrond, ten gunste van andere nucleaire technologieën.
Meer dan vijftig jaar later keert de aandacht voor deze gesmoltenzoutreactor kernenergie terug, gedreven door klimaatdoelen en energiezekerheid. Afval uit een MSR blijft korter radioactief dan dat van uraniumreactoren, maar is nog altijd circa 300 jaar gevaarlijk. Dat betekent dat omwonenden en overheden zorgvuldig afgewogen keuzes moeten maken. De maatschappelijke acceptatie van kernenergie blijft gevoelig, zeker in regio’s waar de reactor daadwerkelijk verrijst.
Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat de steun voor kernenergie in Nederland toeneemt: in 2024 stond ruim 60 procent van de Nederlanders positief tegenover nieuwe kerncentrales, tegenover minder dan de helft enkele jaren eerder. Voor Zeeland betekent het project extra werkgelegenheid en een versterkte positie als energieprovincie, al zal het debat over kosten, veiligheid en afval de komende jaren blijven doorklinken.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.