Home » Dossier » Interesting Engineering » Na 54 jaar vier astronauten naar de maan: Nederland levert onmisbare zonnepanelen
Door: Redactie - 2 april 2026 |
Voor het eerst in bijna 54 jaar reizen astronauten richting de maan. Vanochtend vertrok de Artemis II-missie vanaf het Kennedy Space Center in Florida. Aan boord van het Orion-ruimtevaartuig zitten vier bemanningsleden die een rondje om de maan vliegen. Opvallend: een belangrijk onderdeel van het ruimtevaartuig komt uit Leiden. Nederlandse zonnepanelen houden de bemanning in leven tijdens hun tien dagen durende ruimtereis.
Het is een historisch moment. Sinds de laatste Apollo-missie in 1972 reisde geen enkel mens meer richting de maan. De NASA richtte in 2017 het Artemisprogramma op met als doel om opnieuw bemande maanmissies uit te voeren. Op de lange termijn wil de organisatie zelfs een permanent bewoonde maanbasis bouwen en mogelijk naar Mars vliegen. In 2022 vond de eerste stap plaats: Artemis I stuurde een onbemand Orion-ruimtevaartuig succesvol rond de maan.
Nu volgt Artemis II, de eerste bemande vlucht. De vier bemanningsleden, NASA-astronauten Reid Wiseman, Victor Glover en Christina Koch, samen met de Canadese Jeremy Hansen, landen niet op de maan. Ze vliegen er wel omheen en komen daarbij op 7500 kilometer van het maanoppervlak. Daarmee reizen ze verder de ruimte in dan ooit een mens heeft gedaan. Het is een testmissie die de weg moet vrijmaken voor Artemis IV, die in 2028 daadwerkelijk astronauten op de maan moet zetten.
Zie hieronder de video (start 5 seconden voor de lancering).
Hoewel de Verenigde Staten het grootste deel van het Orion-ruimtevaartuig ontwikkelden, leverde de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een onmisbaar onderdeel: de European Service Module (ESM). Deze module voorziet Orion en de bemanning van water, elektriciteit en zuurstof. Daarnaast houdt de ESM het ruimtevaartuig op de juiste temperatuur en zorgt het voor de voortstuwing.
De zonnepanelen op de ESM komen uit Nederland. Airbus Netherlands in Leiden maakte vier uitklapbare vleugels die elk bestaan uit drie panelen. Elke uitgeklapte vleugel meet 7 meter en bevat 3750 zonnecellen. Samen leveren de vier vleugels een vermogen van 11,1 kilowatt, meer dan voldoende voor de volledige missie. Zelfs als een vleugel uitvalt, lopen de astronauten geen gevaar.
Het ontwikkelen van deze panelen bracht flinke technische uitdagingen met zich mee. Tijdens de lancering ontstaan krachtige trillingen die de constructie kunnen beschadigen. Tegelijkertijd mogen de panelen niet te zwaar zijn, want extra gewicht betekent extra brandstof. De vier vleugels wegen samen slechts 255 kilogram. Bovendien moeten de panelen extreme temperatuurschommelingen doorstaan: tot 150 graden Celsius aan de zonzijde en min 150 graden in de schaduw achter de maan.
De SLS-raket vertrok op 2 april om 00.35 uur Nederlandse tijd. Na ongeveer twee minuten koppelden de twee hulpraketten los en stortten neer in de Grote Oceaan. Na acht minuten volgde de eerste trap van de raket. Zo’n tien minuten na de lancering klapten de vier Nederlandse zonnepaneelvleugels uit. Dat gebeurde bewust vroeg, want de batterij van Orion was op dat moment al bijna leeg.
De bemanningsleden vlogen eerst twee rondjes om de aarde. Tijdens het tweede rondje voerde de crew een spannende test uit: de proximity operations demonstration. Victor Glover nam handmatig de besturing over en vloog Orion tot op tien meter van de lege rakettrap. Vervolgens voerde hij een reeks bewegingstests uit. Deze demonstratie duurde ongeveer 70 minuten en moest aantonen hoe goed en veilig astronauten het ruimtevaartuig kunnen besturen.
Die informatie is van groot belang voor latere missies. Tijdens Artemis IV moet Orion namelijk koppelen aan een lander die rond de maan draait. De bemanning stapt dan over in de lander om af te dalen naar het maanoppervlak, terwijl Orion in een baan om de maan blijft draaien. Zonder bewezen bestuurbaarheid zou zo’n koppelmanoeuvre onaanvaardbare risico’s met zich meebrengen.
De Artemis II-missie had volgens de oorspronkelijke planning al in 2023 moeten plaatsvinden. De lanceerdatum schoof echter keer op keer op. Op 7 februari 2026 leek het eindelijk zover, maar tijdens tests ontdekte de NASA een lek in een tank met vloeibaar waterstof. Het team stelde de lancering uit naar maart. Opnieuw leken alle problemen verholpen, totdat technici een nieuw defect vonden: vloeibaar helium, nodig om de brandstoftanks op de juiste druk te houden, stroomde niet goed. De lancering verschoof nogmaals naar april.
Je kunt je afvragen of deze herhaalde vertragingen wijzen op structurele problemen met de SLS-raket, of dat ze juist getuigen van een gezonde veiligheidscultuur bij de NASA. Feit is dat de ruimtevaartorganisatie geen enkel risico wil nemen met mensenlevens aan boord. Teglikertijd drijft elke vertraging de kosten verder op. Volgens het Government Accountability Office (GAO) liepen de totale kosten van het Artemisprogramma eind 2024 al op tot meer dan 93 miljard dollar(!), een bedrag dat de komende jaren nog fors kan stijgen.
Na hun rondje om de maan reizen de vier astronauten in vier dagen terug naar de aarde. Bij aankomst koppelt de European Service Module los en verbrandt in de atmosfeer. De capsule met de bemanning beschikt over een hitteschild en overleeft de terugkeer wel. Met grote parachutes landt het ruimtevaartuig in de Grote Oceaan. Na ongeveer tien dagen staan de bemanningsleden weer met beide voeten op de grond.
Zonnepanelenexpert Rob van Hassel van Airbus Netherlands noemde het tijdens een persbijeenkomst extra spannend dat de Nederlandse panelen voor het eerst een bemande missie ondersteunen. Hoewel het bedrijf ruime ervaring heeft met zonnepanelen voor de ruimtevaart, is de verantwoordelijkheid bij een vlucht met mensen aan boord van een andere orde. De succesvolle lancering is daarom niet alleen een mijlpaal voor de NASA, maar ook voor de Nederlandse riumtevaartsector.