Industrial Accelerator Act: Europa kiest ein-de-lijk voor actieve industriepolitiek

De Europese Commissie publiceerde vandaag de Industrial Accelerator Act, een wet die het Europese industriebeleid fundamenteel moet omgooien. Jarenlang vertrouwde Brussel op CO2-beprijzing en innovatiesubsidies om de energietransitie aan te jagen. Maar terwijl Europa regels schreef, bouwden China, de VS en het Midden-Oosten fabrieken. Met deze nieuwe wet erkent de Commissie dat klimaatbeleid alleen niet volstaat: strategische autonomie en industriele slagkracht moeten hand in hand gaan.

Waarom Europa de Industrial Accelerator Act nodig heeft

Het probleem dat de wet probeert op te lossen, groeide de afgelopen tien jaar gestaag. Europa blinkt uit in onderzoek, regelgeving en pilotprojecten, maar presteert beduidend minder als het gaat om industriële productie op grote schaal. Zonnepanelen ontstonden in Europese laboratoria, maar Aziatische fabrieken produceren ze nu massaal. Batterijtechnologie kwam voort uit Europese onderzoeksprogramma’s, maar China domineert inmiddels de productie. Dezelfde dynamiek dreigt nu bij elektrolysers, warmtepompen en andere energietechnologieen. Dat patroon wil Brussel doorbreken.

De Industrial Accelerator Act vormt een onderdeel van de bredere Clean Industrial Deal en introduceert iets wat Europa lange tijd schuwde: actieve industriepolitiek. De Europese Commissie zet daarvoor een instrument in dat tot nu toe verrassend weinig strategisch dienstdeed: de eigen markt. Met een publieke inkoopmacht van ruim twee biljoen euro per jaar beschikt Europa over een economische hefboom waar weinig regio’s tegenop kunnen. In de nieuwe wet koppelt Brussel die koopkracht expliciet aan industriele doelstellingen. Bij aanbestedingen en subsidies kijken overheden voortaan niet alleen naar prijs en CO2-impact, maar ook naar de herkomst van technologie en materialen. “Made in Europe” wordt het devies.

Geopolitieke context dwingt tot actie

De verschuiving van zuiver klimaatbeleid naar een bredere economische visie komt niet uit de lucht vallen. China bouwde in vijftien jaar een dominante positie op in batterijen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen. De Verenigde Staten trekken via de Inflation Reduction Act miljarden aan industriele investeringen aan. En in het Midden-Oosten opent Saudi-Arabie volgend jaar met Amiral haar tweede enorme, volledig geïntegreerd petrochemisch productiecomplex. In dat geopolitieke speelveld probeert Europa nu zijn eigen industriële positie opnieuw te definieren.

Voor energie-intensieve industrieen komt dit debat op een kritiek moment. Producenten van staal, cement en chemische materialen staan voor investeringen van tientallen miljarden euro’s om hun productie CO2-arm te maken. Technologisch kan er veel: elektrificatie, circulaire grondstoffen, emissievrije waterstof en nieuwe industriële processen die simpelweg minder energie verbruiken, bijvoorbeeld via innovatieve scheidingstechnologie of enzymen. Economisch blijft het echter onzeker. Productie op basis van circulaire en biogebaseerde grondstoffen kost voorlopig meer dan fossiele routes. Zonder een gegarandeerde markt blijven veel projecten steken in plannen en demonstratiefabrieken.

Hoe de Europese industriewet vraag moet creëren

Precies daar probeert de Industrial Accelerator Act een doorbraak te forceren. Door via aanbestedingen en regelgeving vraag te creëren naar CO2-arme materialen (van groen staal tot circulaire plastics) wil Brussel een thuismarkt bouwen waardoor investeringen wel rendabel worden. De industrie kijkt daar met belangstelling naar, maar ook met scepsis. Europese strategieën beginnen vaak ambitieus en verzanden vervolgens in nationale belangen en politieke compromissen.

Bovendien blijft een structureel probleem overeind: energieprijzen in Europa liggen nog altijd fors hoger dan in de Verenigde Staten of het Midden-Oosten. Volgens recente cijfers van Eurostat betaalden Europese industriële afnemers in 2024 gemiddeld twee tot drie keer zoveel voor elektriciteit als hun Amerikaanse concurrenten. Dat maakt grootschalige industriële investeringen complexer, zelfs met steunmaatregelen.

Gemengde reacties uit Berlijn, Den Haag en Brussel

Binnen Europa zelf lopen de meningen sterk uiteen. Frankrijk en enkele zuidelijke lidstaten steunen het idee van een krachtige “Made in Europe”-strategie. Maar Duitsland reageert terughoudend. De Duitse minister Katherina Reiche waarschuwde dat het voorstel het risico loopt nog meer bureaucratie te creëren en de internationale handel te verstoren. Zij pleitte voor een minder protectionistische aanpak en sprak liever over “Made with Europe”. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal: juist Duitsland heeft veel te verliezen bij verdere de-industrialisatie. Maar de Duitse economie leunt historisch op export en open wereldhandel. Strikte Europese oorsprongsregels kunnen supply chains minder flexibel maken en kosten verhogen. Bovendien vormt China al jaren Duitslands grootste handelspartner en een belangrijke afzetmarkt voor de auto-industrie. Berlijn wil Beijing niet provoceren met beleid dat als protectionistisch kan overkomen.

Nederland reageert genuanceerd. Den Haag steunt het idee dat Europa zijn industriële basis moet versterken en markten moet opbouwen voor CO2-arme materialen zoals groen staal en duurzame kunststoffen. Zonder vraag komen investeringen in nieuwe fabrieken immers moeilijk van de grond. Tegelijk waarschuwen Nederlandse beleidsmakers dat de Europese industriewet niet mag uitmonden in een zwaar protectionistisch systeem of extra bureaucratie. Als handelsland hecht Nederland sterk aan open markten. Belgie kijkt vooral door de bril van zijn grote industriele clusters rond Antwerpen en North Sea Port. Daar benadrukken brancheorganisaties dat Europa alleen concurrerend kan blijven als de industriele transitie gepaard gaat met investeringen in energie-infrastructuur, waterstofnetwerken en CO2-transport.

De industriële ruggengraat langs Noordzee en Rijn

De transitie zal zich waarschijnlijk niet overal tegelijk voltrekken. De industriële kracht van Europa concentreert zich geografisch sterk rond de Noordzee en de Rijn, in een dicht netwerk van havens, chemische complexen, raffinaderijen en energie-infrastructuur dat wereldwijd uniek is. Rotterdam, Antwerpen, het Ruhrgebied en Noord-Frankrijk vormen samen een industriële zone die je bijna als een systeem kunt beschouwen. Dat geïntegreerde ecosysteem kan, mits goed verbonden en voorzien van infrastructuur, de ruggengraat vormen van een vernieuwde duurzame Europese industrie.

Ook milieuorganisaties laten een gemengd geluid horen. Veel NGO’s verwelkomen het idee dat Europa actief markten wil creëren voor CO2-arme producten. Zonder zulke maatregelen blijven duurzame alternatieven immers structureel duurder dan fossiele varianten. Tegelijk waarschuwen sommige organisaties dat industriepolitiek niet mag ontaarden in een nieuwe subsidieronde voor bestaande industrie zonder harde klimaatvoorwaarden.

Industrial Accelerator Act: Een tussenstation, geen eindbestemming

De Industrial Accelerator Act lost niet alle problemen op. Maar de wet verschuift wel het Europese denken op een fundamentele manier. De industriële transformatie geldt niet langer uitsluitend als milieuproject, maar als leidende strategie voor economische weerbaarheid. De publicatie van vandaag is dan ook vooral een tussenstation aan het begin van een lang traject. Want uiteindelijk bepalen niet beleidsdocumenten de strategische autonomie van Europa, maar de plekken waar installaties draaien, pijpleidingen lopen en de moleculen van de toekomst daadwerkelijk tot stand komen. De vraag is of Europa snel genoeg beweegt om die ambitie waar te maken voordat anderen de markt definitief domineren.

Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.


Avatar foto

Erik de Jong (Advercom)

Erik bevindt zich al ruim 18 jaar in de uitgeefwereld. Hij studeerde HEAO Bedrijfseconomie en was betrokken bij het industriële automatiseringsvakblad Automatie|PMA en het vakblad Vision+Robotics. In 2020 richtte hij samen met Yuk Chi Kan het online nieuwsplatform IndustrieVandaag op. Momenteel is Erik uitgever bij Industrievandaag.nl, waar hij zijn uitgebreide kennis van online uitgeven, SEO, GEO en AI inzet. Zijn bedrijfseconomische achtergrond en jarenlange betrokkenheid bij industriële automatisering maken hem een inhoudelijk onderbouwde bron binnen het vakgebied van industriële technologie en digitale publicatie.
Lees meer van: Erik de Jong (Advercom)

Algemeen - Uitgelicht

Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE INDUSTRIËLE EN TECHNISCHE ONTWIKKELINGEN!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.