Iers voorzitterschap test Europees concurrentievermogen

Ierland neemt op 1 juli het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie over en kiest concurrentievermogen als speerpunt. Dat doet het land als onderdeel van een trio met Litouwen en Griekenland. De timing is bijzonder opvallend: Dublin profiteerde jarenlang van belastingconcurrentie binnen de interne markt en trok daarmee grote tech- en farmabedrijven aan. Of het land nu bereid is Europees industriebeleid boven nationaal eigenbelang te stellen, is de vraag die deze zomer beantwoord moet worden.

Iers concurrentievermogen als Europese testcase

Ierland is een bijzonder geval als Raadsvoorzitter. Het land hanteert een vennootschapsbelastingtarief van 12,5 procent voor handelsinkomsten, waarmee het multinationals uit de techsector en de farmaceutische industrie naar Dublin lokte. Een Engelstalige bevolking, toegang tot de Europese interne markt en sterke banden met de Verenigde Staten maakten het vestigingsklimaat compleet. In 2024 betaalden buitenlandse multinationals 88 procent van de totale Ierse vennootschapsbelasting. Dat laat maar eens zien hoe lucratief nationaal concurrentievermogen kan uitpakken, maar roept tegelijk vragen op over Dublins geloofwaardigheid als pleitbezorger van een gelijk Europees speelveld.

Het concurrentievermogen van Europa staat hoog op de agenda sinds het rapport van oud-ECB-president Mario Draghi uit 2024. Daarin waarschuwde hij voor een groeiende productiviteitskloof met de Verenigde Staten en China. Voor Nederlandse productiebedrijven is dat geen abstract gegeven: zij concurreren dagelijks op een markt waar Europese regeldruk en energiekosten directe gevolgen hebben voor de marges. Gaat het Ierse voorzitterschap daar verandering in brengen?

Fragmentatie ondermijnt het gelijke speelveld

De Europese Unie worstelt al jaren met de balans tussen nationale belangen en gezamenlijke industriestrategie. Als lidstaten elkaar beconcurreren met subsidies en belastingvoordelen, ontstaat geen samenhangend Europees blok. De Clean Industrial Deal probeert industriebeleid en vergroening te combineren, maar zolang ieder land zijn eigen kampioenen overeind houdt met overheidssteun, concurreren vooral nationale begrotingen met elkaar. Dat remt het gezamenlijke concurrentievermogen in plaats van het te versterken.

Voor de Nederlandse maakindustrie brengt die fragmentatie directe risico’s mee. Bedrijven opereren in een Europees afzetgebied dat door ongelijke subsidieregels vertekend raakt. Het concurrentievermogen van individuele ondernemingen hangt zo steeds meer af van de vraag in welk land ze toevallig gevestigd zijn, in plaats van de kwaliteit van hun producten of hun eigen innovatiekracht. Zonder Europese strategie betalen die bedrijven de rekening zonder dat daar een gezamenlijk plan tegenover staat.

Europees concurrentievermogen vraagt centrale regie

Europa kan het verlies aan industriële slagkracht niet per lidstaat aanpakken. Nederland haalt in zijn eentje de klimaatdoelen niet en kan de maakindustrie niet beschermen tegen concurrentie van andere grootmachten. Concurrentievermogen versterken betekent op Europees niveau keuzes durven maken: welke industrieën behoud je, onder welke voorwaarden, en welke moeten zich aanpassen of vertrekken? Via innovatie en industriële omschakeling kan elk land een bijdrage leveren.

Die coördinatie is ongemakkelijk, omdat sommige landen en sectoren harder geraakt worden dan andere. Critici wijzen erop dat dit in de praktijk neerkomt op Duits en Frans industriebeleid dat de agenda bepaalt. Toch is het alternatief, ieder voor zich, op de lang termijn duurder. De Concurrentieraad van de EU bespreekt precies dit soort keuzes, maar politieke bereidheid om nationaal voordeel in te ruilen voor Europese slagkracht ontbreekt vooralsnog te vaak.

Vergroening en industriepolitiek horen bij elkaar

Geen klimaatbeleid voeren kost geld via klimaatschade, onzekerheid voor investeringen en blijvende fossiele afhankelijkheid. Slecht uitgevoerd klimaatbeleid kost eveneens geld via papierdoelen, dure energie en bedrijven die hun volgende investering buiten Europa doen. De energietransitie maakt het continent minder kwetsbaar voor verstoringen in de fossiele aanvoer, zoals recente crises rond de Straat van Hormuz opnieuw lieten zien.

De industrie is gebaat bij een helder Europees kader dat concurrentievermogen en klimaatdoelen in één strategie combineert. Minder bureaucratie helpt, maar vervangt geen investeringen in stroominfrastructuur of een Europese grondstoffenstrategie. Overbodige regels schrappen blijft nodig, maar is naar mijn mening op zichzelf geen antwoord op de structurele uitdagingen. Of Ierland bereid is Europa door dat lastige gesprek te loodsen, bepaalt of het voorzitterschap daadwerkelijk concurrentievermogen oplevert of slechts keurige vergaderingen over een krimpende industriële basis.

Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.


Avatar foto

Erik de Jong (Advercom)

Erik bevindt zich al ruim 18 jaar in de uitgeefwereld. Hij studeerde HEAO Bedrijfseconomie en was betrokken bij het industriële automatiseringsvakblad Automatie|PMA en het vakblad Vision+Robotics. In 2020 richtte hij samen met Yuk Chi Kan het online nieuwsplatform IndustrieVandaag op. Momenteel is Erik uitgever bij Industrievandaag.nl, waar hij zijn uitgebreide kennis van online uitgeven, SEO, GEO en AI inzet. Zijn bedrijfseconomische achtergrond en jarenlange betrokkenheid bij industriële automatisering maken hem een inhoudelijk onderbouwde bron binnen het vakgebied van industriële technologie en digitale publicatie.
Lees meer van: Erik de Jong (Advercom)

Algemeen - Uitgelicht

Digitale Nieuwsbrief

SCHRIJF JE IN VOOR ONZE WEKELIJKSE NIEUWSBRIEVEN EN BLIJF OP DE HOOGTE VAN ALLE INDUSTRIËLE EN TECHNISCHE ONTWIKKELINGEN!

MAANDAG: EVENTS OVERZICHT
VRIJDAG: NIEUWS OVERZICHT

Door jouw inschrijving voor de nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacy voorwaarden.