Home » Procesindustrie » Procesinstrumentatie » Analyse » Een stabiele slibstroom in Zoutkamp
Door: Janet Kooren, Hoofdredacteur IndustrieVandaag - 19 juni 2026 |
Heiploeg in Zoutkamp, verwerker van tropische- en Noordzeegarnalen, staat midden in een indrukwekkend traject van modernisering. Een wens om het afvalwaterslib te beheersen, groeide uit tot een slimme samenwerking tussen Heiploeg, technologiepartner Endress+Hauser en waterzuiveringsspecialist Nijhuis Saur Industries.
Heiploeg International is toonaangevend als garnalenleverancier en sinds 2014 onderdeel van Parlevliet & Van der Plas. In de afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in onder andere een nieuw vrieshuis en een moderne verpakkingslijn. De productiecapaciteit nam toe, en daarmee de druk op de afvalwaterzuivering.
Wiebe Horenga, manager projecten bij Heiploeg, vertelt: “Het was helder dat we moesten investeren in een uitbreiding van de waterzuiveringsinstallatie.” Hij kwam in juni 2024 bij het bedrijf en bracht zijn ervaring mee uit de wereld van industriële waterzuivering. Zijn focus bij Heiploeg ligt nu op het toekomstbestendig maken van de technische infrastructuur. “We produceren dagelijks tussen de 1000 en 1200 kuub afvalwater. Om te voldoen aan de strikte lozingsnormen, stellen we hoge eisen aan onze waterzuiveringsinstallatie.”
Het slib dat overblijft uit de waterzuivering vormt een aanzienlijke kostenpost. Door stijgende tarieven voor verwerking en transport groeide het belang om deze stroom nauwkeuriger te beheersen. Als het slib te droog is, is het niet meer af te zetten omdat je het dan niet meer kunt verpompen. Tegelijkertijd wil je het ook niet te nat hebben, omdat dat het transportvolume verhoogt. Een stabiel gehalte droge stof is dus wenselijk.
De oplossing? Preciezer meten én aansturen van het gehalte droge stof. Het indikken van het slib gebeurt met behulp van twee schroefpersen: één voor primair slib en één voor secundair slib. Daarmee kan een droogstofgehalte tot 20% worden bereikt, te hoog om te kunnen verpompen. “De ideale waarde ligt rond de 12 tot 13% droge stof. Dan blijft het slib verwerkbaar en zijn de kosten het laagst,” aldus Horenga. Maar die balans bereiken, vraagt om finesse.
Om het slibproces beter te controleren, zocht Horenga naar een manier om het drogestofgehalte te meten. “Maar meten alleen is niet genoeg,” zegt Anita van Rooijen, Industry manager Water & Wastewater bij Endress+Hauser. “Je moet ook kunnen sturen. Alleen dan haal je het maximale uit je systeem.”
Tijdens een beurs raakte Heiploeg-collega Francis Wierenga in gesprek met Endress+Hauser. De vraag werd voorgelegd en intern besproken. De toepassing paste wel heel mooi bij de brochure van een nieuw instrument dat op het punt stond van lancering, de drogestofmeter Teqwave MW. “We zagen direct de potentie,” vertelt Van Rooijen. “Het profiel van het slib, de behoefte aan continue sturing en de bestaande infrastructuur maakten dit een ideaal pilotproject.”
De handen werden ineengeslagen en er werd besloten een testopstelling te bouwen om een proof of concept te krijgen. De pilot startte onder uitdagende omstandigheden. “De eerste testdag viel midden in de winter. Het was een gure dag, het ijzelde en door een verbouwing van het toekomstige onderkomen van de instrumentatie en besturing werd het instrument in open lucht ingebouwd,” herinnert Horenga zich. Voor de inbedrijfstelling is een wifi-verbinding nodig. Het proces wordt vanaf een Endress+Hauser procescontroller in een bijstaande container aangestuurd.
De meetgegevens werden eerst passief verzameld: meten zonder regeling. Zo kon de sensor worden gekalibreerd op de mediumspecifieke waarden. Van Rooijen: “De fabrieksinstelling is een startpunt, maar voor nauwkeurige resultaten moet je altijd een offsetcorrectie doen op het medium.” De kalibratie werd uitgevoerd door Heiploeg zelf, met ondersteuning van Endress+Hausers Kristiaan Klijnstra die het proces begeleidde. Hij werkte samen met klaarmeester Sytze Batema, die verantwoordelijk is voor de operations van de installatie.
Na de kalibratie werd een eerste regeling opgezet. In samenwerking met Nijhuis Saur Industries werd een regeling uitgewerkt waarbij de instelling van de schroefpers op basis van de meetwaarden direct en automatisch kon worden bijgestuurd. De eerste resultaten waren wisselend, met nog te grote schommelingen in het uiteindelijke drogestofgehalte. Er werd besloten een stappenregeling te integreren, waarmee het systeem fijner kon worden afgesteld.
“Vanaf dat moment zagen we een duidelijke verbetering. De waarden stabiliseerden op het niveau waar we ze wilden hebben,” zegt Horenga. Elke twee weken vond een evaluatie plaats met Endress+Hauser om meetwaarden, labresultaten en variaties te vergelijken. Waar nodig werden extra offsetpunten toegevoegd. De continue evaluatie leidde tot een verfijnde regeling en een veel stabielere slibstroom.
De installatie omvat meerdere zuiveringsstappen. In de voorzuivering worden vaste stoffen, zoals garnalenresten en eiwitten, gescheiden met een DAF-unit (Dissolved Air Flotation). Het opdrijvende slib wordt vervolgens ingedikt. In de nazuivering werkt Heiploeg met twee SBR-reactoren (Sequencing Batch Reactors), een type actiefslibsysteem dat biologische afbraak combineert met slibscheiding. Beide slibstromen, primair en secundair, worden via een schroefpers behandeld. Dankzij het nieuwe meetsysteem kunnen deze nu veel preciezer worden bijgestuurd, op basis van realtime data.
“Je ziet meteen resultaat,” stelt Van Rooijen. “Een stabiele slibconcentratie betekent lagere kosten, minder risico op verstoppingen en betere verwerkbaarheid.” Volgens Horenga zijn de voordelen ook financieel groot: “We betalen per kuub afgezet slib. Als je het drogestofgehalte kunt verlagen en stabiliseren, hoef je minder te vervoeren. Dus een tweevoudig voordeel, minder kosten voor zowel het afzetten als voor het transport.”
De kracht van het project zat volgens beiden in de samenwerking. Heiploeg, Endress+Hauser en Nijhuis Saur Industries werkten als gelijkwaardige partners. Heiploeg nam zelf de inbouw van het instrument op zich, met ondersteuning waar nodig. “Dat versterkt het eigenaarschap,” zegt Van Rooijen. “Het is mooi om te zien dat een productiebedrijf actief betrokken is bij technologieontwikkeling.”
Ook Nijhuis Saur Industries speelde een sleutelrol. Het bedrijf verzorgde de fysieke inbouw, leverde technische support en dacht mee over de regeling. Inmiddels heeft Nijhuis Saur Industries ook de opdracht gekregen voor de uitbreiding van de zuivering, dit met de integratie van het meetsysteem in de beide slibstromen.
Het project is nog volop in ontwikkeling. Eén sensor is inmiddels in gebruik genomen en overgezet van de testopstelling naar de nieuwe slibindikker. Op dit moment werkt Heiploeg nog aan de installatie van de volledige zuivering; vanaf augustus 2026 verwacht het bedrijf te starten met de inbedrijfstelling. Daarbij wordt ook de tweede sensor voor de slibindikker in gebruik genomen. Horenga kijkt ernaar uit: “Dit project laat zien hoe technologie echt waarde kan toevoegen. We hebben nu grip op een belangrijke kostenpost én kunnen beter anticiperen op toekomstige eisen.”
In aanvulling zijn er ontwikkelingen op de inzet van UF/RO (ultrafiltratie en omgekeerde osmose) voor waterhergebruik, het bewaken van chloridegehaltes en geurbestrijding. Een interessante ontwikkeling is het ontstaan van nieuwe afzetkanalen. Een stabiele slibkwaliteit maakt het mogelijk om slib aan te bieden aan vergisters. Dat opent deuren naar circulaire toepassingen: het methaan dat vrijkomt bij vergisting kan worden gebruikt als brandstof of zelfs worden geïnjecteerd in het aardgasnet.
Wat begon als een technische uitdaging, groeide uit tot een voorbeeld van procesoptimalisatie. De inzet van geavanceerde meetsystemen, gekoppeld aan slimme regelingen, levert Heiploeg niet alleen directe kostenvoordelen op, maar ook meer controle over de kwaliteit van het afvalwater en het slib. En dat is precies waar innovatie het verschil maakt: in meetbare winst, in stabiliteit én in nieuwe mogelijkheden.
“We hebben met z’n allen een oplossing ontwikkeld die perfect aansluit op onze praktijk. Het is een systeem dat werkt, dat we begrijpen én zelf kunnen beheren,” besluit Horenga.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.