Home » Algemeen » Economisch » Nederlandse industrie trapt op de rem: 3 procent minder investeringen verwacht
Door: Redactie - 24 juni 2026 |
Het investeringsklimaat in de Nederlandse industrie koelt merkbaar af. Producenten verwachten in 2026 drie procent minder uit te geven aan gebouwen, machines, vervoermiddelen en computers dan vorig jaar. Vooral de metaalsector zet de rem erop, terwijl raffinaderijen en de chemische industrie juist gas bijgeven. Bijna een vijfde van alle geplande investeringen gaat naar verduurzaming en energiebesparing.
De basismetaal- en metaalproductenindustrie voorziet een krimp van 19 procent ten opzichte van 2025. Die forse terugval hangt samen met het feit dat vorig jaar juist grote investeringen werden gedaan. Binnen de branche zijn het vooral producenten van basismetalen die een sterke afname verwachten. Ook de elektrotechnische en machine-industrie rekent op 10 procent minder uitgaven aan vaste activa. De houtindustrie verwacht eveneens een daling van 11 procent. Daarnaast laten de papier- en grafische industrie en de transportmiddelenindustrie dalingen zien van respectievelijk 10 en 5 procent. De textiel- en kledingsector komt er met een min van 1 procent nog relatief goed vanaf, maar ook daar is het investeringsklimaat niet onverdeeld positief.
Niet alle sectoren delen het sombere beeld. Producenten uit de overige industrie, met name de meubelindustrie, gaan ervan uit 33 procent meer te investeren in 2026. Ondernemers uit de raffinaderijen en chemische industrie verwachten eveneens hogere bedragen. Die branche was in 2024 opnieuw de grootste industriele investeerder, met 3,6 miljard euro aan uitgaven. De bouwmaterialenindustrie voorziet een bescheiden groei van 2 procent. De voedings- en genotmiddelenindustrie verwacht daarentegen 2 procent minder te besteden. Het investeringsklimaat verschilt dus sterk per deelsector, waarbij de grotere chemische bedrijven het vertrouwen opvallend vasthouden.
Van het totale verwachte investeringsbedrag wijzen industriele producenten zes procent toe aan circulair produceren en zes procent aan emissiereductie. Nog eens zeven procent gaat naar energietransitie en besparing, denk aan isolatie, warmtepompen of zonnepanelen. Voor de voedingsindustrie ligt het aandeel emissievermindering zelfs op tien procent. Digitale investeringen vormen vier procent van het totaal. De meubelindustrie verwacht in verhouding het meeste uit te geven aan digitalisering. Het aandeel verduurzaming in het totale investeringsbudget blijft daarmee substantieel, ondanks het gematigde investeringsklimaat.
Opvallend is de ommekeer ten opzichte van het najaar van 2025. Toen verwachtten industriele ondernemers nog ruim vijf procent meer te investeren. Dat het investeringsklimaat inmiddels is gekanteld, hangt mogelijk samen met uitgestelde projecten, veranderende economische omstandigheden en een voorzichtiger houding bij fabrikanten. De enquête van het CBS liep van half januari tot half mei 2026 onder bedrijven met tien of meer werknemers.
De investeringsstatistiek van het CBS laat ook zien dat verwachtingen en realisaties regelmatig uiteenlopen. Projecten lopen vertraging op door leveringsproblemen, langdurige en complexe vergunningstrajecten of herziene prioriteiten op directieniveau. Per saldo stegen de gerealiseerde investeringen in de totale industrie in 2024 met zeven procent. De machine-industrie groeide daarbij het hardst, met een plus van 52 procent. Tegelijkertijd daalden de uitgaven in de papier- en grafische industrie met 33 procent en in de metaalindustrie met 16 procent. Die uiteenlopende cijfers onderstrepen dat het investeringsklimaat niet alleen een kwestie is van voorspellingen, maar ook van hoe plannen uiteindelijk uitpakken in een onzekere wereldeconomie.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.