Home » Algemeen » Economisch » Exportgroei stuwt Nederlandse industrie naar snelste orderstijging in vier jaar
Door: Redactie - 7 september 2026 |
De Nederlandse industrie houdt de opgaande lijn vast, en de exportgroei is daarbij de opvallendste motor. Uit de nieuwste Nevi Inkoopmanagersindex blijkt dat het aantal nieuwe exportorders in augustus in het hoogste tempo in ruim vier jaar toenam. Vooral de vraag uit de Verenigde Staten, Australië en Afrika trok aan, terwijl de productie gestaag doorgroeide. Voor productieleiders en inkopers is dat een signaal om scherp op de orderportefeuille te letten.
De Nevi-index voor de Nederlandse industrie kwam in augustus uit op 53,8, een lichte daling ten opzichte van de 54,4 van juli. Een stand boven de 50 duidt nog altijd op groei, en de enquête onder circa 350 inkoopmanagers laat zien dat die groei breed gedragen blijft. Zowel de productie als het aantal nieuwe orders nam over augustus opnieuw in een gestaag tempo toe. De exportgroei springt er het sterkst uit: de deelindex voor nieuwe exportorders klom naar 55,5, sneller dan op enig moment sinds begin 2021. Dat de teller zo hard oploopt, heeft deels een geopolitieke oorzaak.
Achter de exportgroei schuilt namelijk de hernieuwde, feitelijke sluiting van de Straat van Hormuz. Doordat de uitvoer van olie, olieproducten en kunststoffen vanuit het Midden-Oosten ontregeld blijft, kloppen buitenlandse afnemers vaker bij Nederlandse leveranciers aan. Een deel van de vraag komt bovendien voort uit hamstergedrag: industriële bedrijven leggen voorraden onderdeelen en materialen aan om niet zonder te komen te zitten. Tegelijk hangen de stevige inkopen samen met de groeiende productie, waardoor vraag en aanbod elkaar versterken.
De prijsontwikkeling laat zien hoe kwetsbaar de opleving blijft. De inkoop- en verkoopprijzen stijgen nog altijd, al is het tempo het laagst sinds het uitbreken van de oorlog met Iran eind februari. Behalve olie en olieproducten werd ook transport duurder, mede door de ontregelde containervaart, hogere brandstofprijzen en de Nederlandse vrachtwagenheffing die in juli inging. Die kosten drukken op de marges, terwijl afnemers de hogere tarieven voorlopig accepteren omdat alternatieve leveranciers schaars zijn.
Volgens cijfers van het CBS leunt de productiegroei sterk op de machine-industrie, die profiteert van de aanhoudende vraag naar chipmachines in het kielzog van de AI-hausse. Ook de aardolie-industrie draait sinds april op volle toeren, mede door de schaarste rond de Straat van Hormuz en de aanvallen op Russische raffinaderijen. De chemische industrie blijft juist achter; de productie ligt er volgens het CBS zelfs lager dan in dezelfde periode een jaar geleden, ook al profiteren sommige chemiebedrijven van de hogere prijzen die uit de schaarste voortkomen.
Voor de bredere exportgroei tekent zich zo een gemengd beeld af. De bouwmaterialenindustrie liet een lichte plus zien dankzij de aantrekkende bouwsector, maar lang niet elke branche pikt een graantje mee. De verschillen tussen sectoren maken duidelijk dat de exportgroei vooral in een handvol segmenten wordt verdiend, terwijl andere delen van de maakindustrie op de rem blijven staan. Dat maakt de opleving minder robuust dan de indexcijfers op het eerste gezicht suggereren.
In branches als metaalproducten en electrotechnische producten staat de productie nog steeds onder druk, ondanks de verwachte vraag naar onderdelen voor chipmachines. Een deel van de verklaring ligt bij zwakke afzetmarkten, met de Duitse auto-industrie als bekendste voorbeeld. Toch houdt de exportgroei op sectorniveau stand, doordat sterk presterende segmenten de zwakkere ruimschoots compenseren. De economische barometer van de Koninklijke Metaalunie wees over het tweede kwartaal op een betere orderpositie in de metaalbranche, wat de voorzichtige ommekeer onderstreept.
Uit Duitsland komen inmiddels ook gunstiger signalen. De voorlopige inkoopmanagersindex van S&P Global wijst op de snelste productiestijging in ruim vier jaar. Duitsland profiteert eveneens van hamstergedrag, van de vraag naar materialen voor datacenters voor AI-toepassingen en van een omvangrijke defensie-industrie die meelift op de oplopende defensie-uitgaven van de Europese NAVO-lidstaten. Het vertrouwen van Duitse ondernemers verbeterde, wat zowel uit de cijfers van S&P Global als uit de Ifo-index blijkt. Omdat Duitsland de belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse fabrikanten is, telt dat herstel dubbel.
Ook in eigen land verbetert de stemming. Het producentenvertrouwen van het CBS trok recent aan, en meer ondernemers rekenen op hogere omzet. Dat sluit aan bij de recente omzetcijfers van de industrie, waaruit blijkt dat de buitenlandse omzet in het tweede kwartaal met bijna tien procent steeg. Wie de exportgroei wil vasthouden, doet er goed aan de levertijden en voorraadposities nu op orde te houden, want de huidige rugwind is deels geleend van geopolitieke chaos die net zo snel kan omslaan.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.