Door: Redactie - 20 februari 2026 |
Industriële automatisering omvat de toepassing van technologieën zoals PLC’s, robots, sensorsystemen en software om productieprocessen te automatiseren en te optimaliseren. Het vormt de kern van Industrie 4.0: de digitale integratie van machines, data en mensen. Europa, met name België, Nederland, Duitsland en omliggende landen, bekleedt een sterke positie in deze sector, vooral op het gebied van componenten zoals PLC’s, sensoren, robotica-onderdelen en veiligheidssystemen.
In een tijdperk van geopolitieke spanningen – denk aan handelsconflicten tussen de VS en China, of cyberdreigingen – streeft Europa ernaar kwetsbaarheden te minimaliseren. Cyberdreigingen van staatsgebonden actoren, vaak gelinkt aan landen als China (maar ook Rusland), richten zich op spionage, supply chains en kritieke infrastructuur. Industriële automatiseringssystemen vormen daarbij een aantrekkelijk doelwit. Afhankelijkheid van niet-Europese componenten brengt grote risico’s met zich mee: een malafide update of ‘kill switch’ kan miljoenen apparaten uitschakelen.
Cyberrisico’s in industriële automatisering zijn vaak diep verborgen, bijvoorbeeld in Chinese besturingskasten. Neem een hypothetisch geval uit 2022: een Belgische machinebouwer koos voor goedkope Chinese PLC’s en HMI’s om 35-40% te besparen op een nieuwe assemblagelijn. Deze componenten integreerden naadloos in het bestaande Europese systeem, met remote support en updates die alles soepel en kosteneffectief lieten draaien. Een audit in 2024 onthulde echter een ongedocumenteerde remote-toegang in de firmware – een potentiële ‘kill switch’. Een kwaadaardige update had de hele lijn in één klap kunnen platleggen.
Het is dan ook logisch dat er vraag is naar een Europees alternatief dat beter aansluit bij strenge EU-regels zoals de GDPR, NIS2 en de Europese Machineverordening. Een alternatief dat geen data naar buitenlandse servers stuurt of onder buitenlandse wetten valt, en dat past bij de Europese wens voor digitale soevereiniteit.
Nee, er bestaat geen volledig soevereine Europese markt voor industriële automatisering in de strikte zin: een markt die totaal onafhankelijk is van niet-Europese technologie, leveranciers en ecosystemen.
Voor echte ‘Europese soevereiniteit’ – zoals vaak bedoeld in EU-tech-discussies: productie, data, controle en eigendom binnen de EU– voldoen de meeste fabrikanten niet volledig.
Wel beschikt Europa over een krachtige industrie met wereldleiders, en streeft de EU actief naar meer strategische autonomie (of ‘open strategic autonomy’) om geopolitieke risico’s, supply chain-kwetsbaarheden en afhankelijkheid van Amerikaanse of Chinese tech (zoals chips, cloud en AI) te verminderen.
Europa (vooral Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Oostenrijk) domineert in klassieke componenten voor industriële automatisering:
In deze hardware- en componenten laag is Europa grotendeels soeverein, met sterke lokale productie en R&D.
Ondanks deze sterke basis zijn er kwetsbaarheden:
De EU bevordert open strategic autonomy via:
Marktrapporten uit 2025-2026 (bijv. van McKinsey of de EU-commissie) tonen een groei van de Europese automatiseringmarkt (8-9% CAGR), met nadruk op data-soevereiniteit, cybersecurity (IEC 62443) en on-premise/edge-oplossingen om afhankelijkheid te reduceren.
Europa heeft een krachtige industriële automatisering industrie die in veel opzichten al soeverein opereert, vooral in hardware en machinebouw, maar geen volledig gesloten, onafhankelijke markt. Het is een hybride situatie: sterk Europees in de kern, met strategische inspanningen om kwetsbaarheden in software, AI, data en chips aan te pakken – gedreven door geopolitiek en concurrentie met de VS en China. Om echte autonomie te bereiken, moeten investeringen in lokale productie en innovatie versneld worden.
Auteur: Ronald Eygendaal, Eygendaal Assist
Bronnen: