Door: redactie - 5 februari 2026 |
De energietransitie in Nederland staat voor grote uitdagingen, met knelpunten in infrastructuur, vergunningen en investeringen. Drie economen van TNO, Johannes Bollen, André Faaij en Sebastiaan Hers, komen met een opvallend voorstel om deze hobbels te overwinnen. Ze pleiten voor een tijdelijke Speciale Economische Zone (SEZ) rond het Rotterdamse haven- en industriecluster. Dit moet versnelling brengen in besluitvorming en uitvoering, om zo klimaatvertraging tegen te gaan en economische schade te beperken. Volgens hun berekeningen kan uitstel van voortgang leiden tot een bbp-verlies van ongeveer 5%. Rotterdam, als centraal knooppunt, wordt gezien als de ideale locatie om te starten.
De haven van Rotterdam is niet alleen een nationaal, maar ook een Noordwest-Europees knooppunt. Hier komen belangrijke ontwikkelingen samen, zoals de aanlanding van windenergie op zee, de waterstofinfrastructuur en CO₂-transport en opslag. Door de hoge concentratie van energie-intensieve industrie, strategische netwerken en grensoverschrijdende ketens biedt dit gebied unieke kansen. Een Speciale Economische Zone kan hier de grootste impact per geïnvesteerde euro opleveren, stellen de auteurs. Investeringsbesluiten, vergunningen, stikstofruimte en netaansluitingen komen in dit gebied letterlijk samen. Daarom zien zij Rotterdam als de logische eerste stap voor een gerichte aanpak.
De havenstad heeft alles in huis om een voortrekkersrol te spelen. Door knelpunten lokaal op te lossen, kan niet alleen de regionale, maar ook de nationale energietransitie vaart krijgen. Het voorstel richt zich op het wegnemen van praktische belemmeringen die projecten nu vaak vertragen. Denk aan lange vergunningprocedures of beperkte netcapaciteit. Een versneld uitvoeringskader moet dit aanpakken.
Het idee van een Speciale Economische Zone, zoals uitgewerkt in een uitgebreide longread, draait om een tijdelijk kader voor het Rotterdamse industriecluster. Dit kader bundelt verschillende elementen om uitvoering te stroomlijnen. Ten eerste komt er één interdepartementaal mandaat. Dit mandaat stuurt integraal op CO₂-doelen, energie-infrastructuur, stikstofruimte en budget. Het maakt keuzes over prioritering en financiering helder en eenduidig.
Daarnaast voorziet het plan in een versnellingsregime. Vergunningprocedures worden gebundeld, met vaste doorlooptijden. Projecten met aantoonbare systeemimpact krijgen voorrang op netruimte en aansluitingen. Ook biedt het stabiele spelregels voor investeerders, zodat zij vertrouwen hebben in hun plannen. Tot slot is er een budgettaire begrenzing. Een uitgavenplafond, duidelijke mijlpalen en stopknoppen zorgen ervoor dat versnelling niet leidt tot onbeheersbare kosten. Het doel is simpel: de realisatiefase weer werkbaar maken door randvoorwaarden in samenhang te organiseren.
De economen plaatsen hun voorstel in een bredere context. Zonder gerichte versnelling en voorspelbare kaders dreigt Nederland achterop te raken. Vertraagde investeringen en uitstel van verduurzaming kunnen leiden tot onnodig economisch verlies. Door knelpunten op te lossen waar systeemwaarde, infrastructuur en investeringsbereidheid samenkomen, combineert een Speciale Economische Zone klimaatdoelen met behoud van verdienvermogen. Dit is vooral in Rotterdam van belang, waar de industrie een grote rol speelt in de nationale economie.
Het plan biedt een kans om twee doelen te verenigen: CO₂-reductie en economische stabiliteit. Als Rotterdam tempo maakt, kan dit een voorbeeld zijn voor andere regio’s. De auteurs zien dit als een eerste schaalstap. Succes hier kan de nationale uitvoering van de energietransitie een impuls geven. Het aanpakken van net- en vergunningproblemen op deze schaal moet leiden tot concrete resultaten, zowel voor het klimaat als voor de industrie.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.