Door: redactie - 4 april 2025 |
De Nevi Inkoopmanagersindex voor de Nederlandse industrie is in maart licht gedaald, van 50,0 in februari naar 49,6. Hoewel dit een kleine stap terug lijkt, biedt de index toch een sprankje hoop. Voor het eerst in negen maanden noteerden Nederlandse fabrikanten een lichte groei in productie. Het aantal nieuwe orders daalde weliswaar opnieuw, maar de afname was minimaal vergeleken met eerdere maanden. Toch is het te vroeg om te spreken van een robuust herstel. De industrie balanceert op een dunne lijn, met geopolitieke spanningen en interne uitdagingen die de toekomst onzeker maken.
De geopolitieke context zorgt voor extra onrust. Drie weken geleden kondigde de Amerikaanse president Donald Trump invoerheffingen aan van 25 procent op al het staal en aluminium dat de VS binnenkomt. Voor Nederland, dat in 2023 voor anderhalf miljard euro aan staal en aluminium naar de VS exporteerde, is dit een gevoelige klap. Hoewel ondernemers volgens de Nevi-enquête optimistisch blijven, is hun vertrouwen in de productie voor de komende twaalf maanden afgenomen. Dit optimisme ligt nu onder het langjarig gemiddelde, wat vragen oproept over de veerkracht van de sector. Gaat deze lichte groei in productie standhouden onder toenemende druk?
Op 26 maart ging Trump nog een stap verder met een aankondiging van 25 procent invoerheffingen op auto’s en auto-onderdelen. Deze maatregel, die gisteren is ingegaan, treft vooral de Europese auto-industrie, met Duitsland voorop. In 2024 exporteerde Duitsland 3,4 miljoen nieuwe auto’s, met een waarde van 135 miljard euro. De VS, goed voor 13 procent van deze export, is de grootste afnemer. Voor Nederland, dat veel onderdelen levert aan de Duitse auto-industrie, zoals chemicaliën, rubber, kunststof en metaalproducten, kan dit indirecte gevolgen hebben. Als de VS deze koers doorzet, overtreft Trump zijn eerste termijn, toen invoerheffingen op auto’s niet verder kwamen dan dreigementen.
Te midden van deze onzekerheid komt er ook goed nieuws uit Duitsland. De nieuwe coalitie van SPD en CDU/CSU plant forse investeringen in infrastructuur en defensie, oplopend tot honderden miljarden. Dit biedt perspectief voor Nederlandse bedrijven die kunnen toeleveren aan deze sectoren. Toch duurt het waarschijnlijk tot eind 2026 voordat deze plannen concreet effect hebben, door trage procedures en vergunningverlening. Voorlopig blijft de lichte groei in productie dus afhankelijk van andere factoren.
Binnenlands kampt de industrie met eigen uitdagingen. De energie-intensieve sector, zoals chemie en basismetaal, lijdt onder hoge nettarieven en energiekosten. In vergelijking met buurlanden ontvangt Nederland minder overheidscompensatie, wat de concurrentiepositie verzwakt. In maart sloten twee fabrieken uit de chemiesector in Rotterdam hun deuren, en Shell overweegt zijn Europese chemische activiteiten te staken. Deze signalen tonen de kwetsbaarheid aan van de sector, zelfs nu er lichte groei in productie wordt gemeld. De hoge kosten kunnen de positieve trend snel tenietdoen als er geen actie volgt.
Er lijkt echter beweging te komen. Een voorstel van D66 om jaarlijks 3 miljard euro te investeren in het elektriciteitsnet krijgt brede steun in de Tweede Kamer, ook van coalitiepartner VVD. Dit zou de nettarieven voor industriële bedrijven kunnen verlagen, al blijft de nationale CO2-heffing intact. Mogelijk maakt het kabinet in de Voorjaarsnota van juni al miljarden vrij. Dit zou een impuls kunnen geven aan de lichte groei in productie die de Nevi Inkoopmanagersindex nu laat zien. Maar is dit genoeg om de sector echt te versterken te midden van internationale spanningen?
Recent onderzoek van de afgelopen zes maanden onderstreept de huidige situatie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) groeide de industriële productie in februari 2025 met 0,2 procent ten opzichte van januari. Dit sluit aan bij de lichte groei in productie die de Nevi Inkoopmanagersindex signaleert. Tegelijkertijd meldt ABN AMRO in een sectorrapport dat de export naar Duitsland in Q1 2025 stabiel bleef, ondanks de dreiging van invoerheffingen. Deze cijfers suggereren dat de industrie veerkracht toont, maar dat de marges klein blijven.
De lichte groei in productie biedt een voorzichtig positief signaal, maar de Nederlandse industrie staat voor complexe uitdagingen. Van Trumps invoerheffingen tot hoge energiekosten en trage Duitse investeringen: de weg naar herstel is hobbelig. De komende maanden zullen uitwijzen of deze groei doorzet of slechts een kortstondige opleving blijkt.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.