Door: Redactie - 20 april 2026 |
Uit de jaarlijks gepubliceerde emissiecijfers van de NEa blijkt dat de CO₂-uitstoot onder het EU ETS in 2025 in Nederland met 2,3% steeg naar 72,0 megaton. De stijging wordt vooral gedreven door de energiesector, waar meer elektriciteit werd geproduceerd voor voornamelijk buitenlandse afname. Tegelijkertijd boekten andere sectoren winst: de luchtvaart reduceerde emissies door de inzet van biobrandstoffen. Ook in de zeevaartsector wijzen voorlopige cijfers op een afname van de uitstoot. Deze tegenstellingen tussen sectoren laten zien dat er, ondanks de totale stijging, toch ook positieve ontwikkelingen zijn. Zo zien we over heel Europa een daling van 1,3% van de totale uitstoot. Niettemin zal er nog veel moeten gebeuren om de nationale klimaatdoelen voor 2030 te halen, aldus de NEa.
De uitstoot van de energiesector is voor het eerst sinds 2015 gestegen, en wel met 3,5 MT CO2e (+15% t.o.v. 2024). Nederland heeft namelijk meer elektriciteit geproduceerd om uit te voeren naar het buitenland. Daar viel de productie tegen, onder andere door onderhoud aan Belgische kerncentrales, minder wind voor de Duitse kust en laag waterpeil en dus minder waterkracht in Oostenrijk en Zwitserland (bron).
Iets meer dan de helft van de extra CO2 (1,9 MT) komt uit kolencentrales, ondanks dat één van de vier Nederlandse kolencentrales (de Amercentrale) sinds vorig jaar geen steenkool meer mag stoken. De rest van de uitstootstijging komt vooral doordat er meer aardgas en voor een kleiner deel restgassen uit de industrie zijn verbrand.
De uitstoot van de chemische industrie is in 2025 gedaald met 1,3 MT CO2e. Een opvallend groot deel van die daling wordt veroorzaakt door twee grote installaties: Chemelot (-0,9MT) en DOW Benelux (-0,3MT). Beide installaties waren afgelopen jaar in het nieuws, omdat ze een installatie op hun terrein hebben stilgelegd. De daling van de uitstoot komt dus overwegend uit lagere productie. De uitstoot van zowel aardolieraffinage als de overige stationaire installaties is constant gebleven t.o.v. vorig jaar.
De fossiele uitstoot in de luchtvaartsector binnen het EU ETS is met 4% afgenomen ten opzichte van vorig jaar, tot bijna 3 Mton CO₂. Deze daling hangt samen met een verdrievoudiging van het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF), naar bijna 166kt.
Deze piek van SAF-gebruik komt door de start van de ReFuelEU-bijmengverplichting voor brandstofleveranciers en het feit dat deze leveringen in 2025 nog konden worden ingeboekt voor Hernieuwbare Brandstofeenheden 1). Daardoor was in 2025 de inzet van biobrandstoffen in luchtvaart extra voordelig. Dit inboekvoordeel vervalt vanaf 2026. De verwachting van de NEa is dat het gebruik van SAF na 2025 daarom weer wat zal dalen, maar wel boven het niveau van vóór 2025 blijft.
Zeevaartsector verwacht minder uitstoot
Naar verwachting dalen de emissies in de maritieme sector licht naar 7,1 miljoen ton CO2eq in 20252)ten opzichte van 7,4 miljoen ton CO2eq in 2024. Deze complexe doelgroep, met in totaal 1.700 schepen (peildatum 17 april), kende een onstuimig jaar. Geopolitieke spanningen en veranderende handelsstromen beïnvloeden de uitstoot en bemoeilijken de duiding. Zo mijden schepen vaker de Rode Zee en het Suezkanaal, wat tot langere routes en meer uitstoot leidt.
Toch laten de voorlopige cijfers dus een lichte daling zien, mogelijk doordat rederijen ervoor kiezen om havens buiten het EU-ETS aan te doen, of meer biobrandstoffen in te zetten (1). Een preciezere interpretatie van de zeevaartemissies in 2025 is mogelijk zodra de NEa de definitieve cijfers bekendmaakt; dan voert de NEa ook een uitgebreide analyse uit.
Mark Bressers, directeur-bestuurder NEa: “De stijging van de CO₂-uitstoot in 2025 maakt duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is om de klimaatdoelen van dit kabinet te realiseren. Toch zijn er ook positieve signalen. Zo zien we de uitstoot in Europa dalen. En wordt de stijging in Nederland voor een belangrijk deel veroorzaakt door de toename in elektriciteitsopwekking ten behoeve van de Europese energievoorziening. Het ETS kent geen nationale uitstootdoelen, maar is juist ontworpen om dit soort grens overstijgende uitwisseling mogelijk te maken. Bovendien is de uitstoot van de luchtsector gedaald. Ook zien we dat de recent toegetreden zeevaartsector dit jaar beter voldoet aan haar rapportageverplichting. In een tijd waarin de principes van het ETS en CO₂-beprijzing steeds vaker worden bevraagd, zien wij in deze ontwikkelingen juist de waarde van CO₂-beprijzing als hoeksteen van het klimaatbeleid.”
1) De NEa publiceert over enkele weken cijfers en context rondom de inzet van biomassa in zowel energie, industrie, zeevaart als luchtvaart.
2) Op 17 april 2026 had 85% van de doelgroep een geverifieerd emissierapport ingediend. Het totale emissiecijfer is vervolgens berekend door middel van lineaire extrapolatie.