Door: Redactie - 1 oktober 2026 |
Sinds 12 augustus 2026 geldt de Europese verpakkingsverordening PPWR. In de berichtgeving gaat het vooral over consumentenverpakkingen, zoals flessen, verzenddozen en wegwerpbekers. De nieuwe regels zijn echter veel breder. Ze hebben betrekking op alle verpakkingen die op de Europese markt worden gebracht, waaronder ook industriële verpakkingen.
Denk aan zakjes met bevestigingsmateriaal die bij machines worden geleverd, monsterzakjes voor laboratoria of folie waarmee pallets worden omwikkeld. Ook deze verpakkingen moeten aan de nieuwe eisen voldoen. Voor bedrijven is dit dan ook een goed moment om het verpakkingsmateriaal in de werkplaats en het magazijn eens onder de loep te nemen.
Met de komst van de PPWR (Verordening (EU) 2025/40) wordt de bestaande Europese verpakkingsrichtlijn vervangen. Het belangrijkste verschil is dat een verordening direct van toepassing is in alle EU-lidstaten. Landen hoeven de regels niet eerst in nationale wetgeving om te zetten, waardoor dezelfde voorschriften in de hele Europese Unie gelden.
De invoering gebeurt stapsgewijs. Een groot deel van de eisen wordt de komende jaren van kracht, waarbij 2030 een belangrijke datum is. Fabrikanten van verpakkingen moeten nu al met technische documentatie kunnen aantonen dat hun producten aan de geldende voorschriften voldoen. Ook verderop in de keten wordt dat merkbaar. Klanten en auditors vragen steeds vaker om informatie over de herkomst en materiaalsamenstelling van verpakkingen.
Vanaf 2030 moeten verpakkingen in principe allemaal recycleerbaar zijn. De precieze ontwerpcriteria worden nog door de Europese Commissie vastgesteld. Daarbij worden verpakkingen ingedeeld in verschillende prestatieklassen. Verpakkingen die in de laagste klasse vallen, mogen op termijn niet meer op de markt worden gebracht.
Voor kleine kunststof verpakkingen is een eenvoudige materiaalsamenstelling doorgaans gunstiger. Verpakkingen van monomateriaal, waarbij slechts één kunststofsoort wordt gebruikt, zijn makkelijker te recyclen. Dat ligt anders bij laminaten van meerdere kunststoffen of verpakkingen waarin kunststof wordt gecombineerd met aluminium of papier. Het scheiden van die materialen is een stuk ingewikkelder.
Een bekend voorbeeld zijn gripzakjes van LDPE, oftewel polyetheen met lage dichtheid. Deze kunststof heeft recyclingcode 4 en kan via de inzameling van plastic folie worden verwerkt. Wel is het verstandig om rekening te houden met eventuele toevoegingen. Zo kunnen papieren stickers en tape van afwijkende materialen het recyclingproces bemoeilijken. Een schrijfvlak dat rechtstreeks op het zakje is gedrukt, vormt dan een schoner alternatief.
Naast recyclebaarheid speelt ook het terugdringen van onnodig verpakkingsmateriaal een belangrijke rol binnen de PPWR. Het gewicht en volume van een verpakking moeten beperkt blijven tot wat daadwerkelijk nodig is. Voor verzamel-, transport- en e-commerceverpakkingen komt daar vanaf 2030 een aanvullende eis bij: maximaal 50 procent van de verpakking mag uit lege ruimte bestaan.
In de praktijk betekent dit dat bedrijven kritischer moeten kijken naar de afmetingen van hun verpakkingen. Een groot zakje gebruiken voor slechts enkele bouten levert onnodig materiaalverbruik op en wordt in de toekomst moeilijker te verantwoorden. Door verschillende tussenmaten beschikbaar te hebben, kun je beter aansluiten op de afmetingen van de onderdelen die worden verpakt.
Ook hergebruik krijgt meer aandacht. De verordening bevat onder meer eisen voor herbruikbare transportverpakkingen die tussen vestigingen worden ingezet. Toch zijn er ook binnen één bedrijf mogelijkheden om verpakkingen langer te gebruiken. Een stevig hersluitbaar zakje waarmee onderdelen vanuit het magazijn naar de werkplaats worden gebracht, kan bijvoorbeeld meerdere keren worden ingezet.
Vanaf 2030 worden ook minimumpercentages voor gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen verplicht. Voor de meeste kunststof verpakkingen die niet in contact komen met levensmiddelen of medische producten, ligt dat percentage op 35 procent. Bij contactgevoelige verpakkingen gelden andere, lagere percentages en zijn bepaalde uitzonderingen mogelijk.
Deze veranderingen kunnen gevolgen hebben voor zowel de prijs als de beschikbaarheid van verpakkingsfolie. Het is daarom verstandig om leveranciers alvast te vragen welke voorbereidingen zij treffen om aan de toekomstige eisen te voldoen.
Hoewel de strengste verplichtingen pas over enkele jaren ingaan, is het verstandig om nu al te beginnen met de voorbereidingen. Zeker bij kleinere verpakkingen zijn aanpassingen vaak relatief eenvoudig door te voeren.
Een eerste stap is het inventariseren van alle verpakkingen die binnen het bedrijf worden gebruikt. Kijk daarbij niet alleen naar het type materiaal, maar ook naar de toepassing. In veel werkplaatsen en magazijnen circuleren tientallen soorten zakjes, folies en tapes waarvan nooit bewust is bepaald of ze wel de juiste keuze zijn.
Vervolgens kun je bekijken waar standaardisatie mogelijk is. Minder verschillende verpakkingen gebruiken maakt het beheer overzichtelijker. Kies waar mogelijk voor monomateriaal en zorg dat de formaten aansluiten op de producten of onderdelen die erin worden verpakt.
Betrek ook je leveranciers bij deze voorbereidingen. Vraag naar materiaalgegevens en informeer hoe zij zich voorbereiden op de eisen die vanaf 2030 gaan gelden. Een verpakkingsgroothandel zoals ViV kan adviseren over geschikte formaten. Door eerst samples te testen, kun je bovendien controleren of een zakje in de praktijk goed aansluit op het product.
Bedrijven die hun verpakkingen nu al kritisch bekijken, voorkomen dat ze in 2030 in korte tijd grote veranderingen moeten doorvoeren.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.