Home » Dossier » Energietransitie / Elektrificatie » Kabinet wil importafhankelijkheid energie fors verlagen
Door: Redactie - 26 oktober 2026 |
Het kabinet wil de importafhankelijkheid van energie fors terugbrengen: van 80% nu naar ongeveer 50% in 2040. Dat staat in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE 2026), die rond Prinsjesdag naar de Tweede Kamer ging. Minister Van Veldhoven (KGG) noemt het doel een stap naar een weerbaar energiesysteem met meer productie van eigen bodem, passend bij een concurrerende en duurzame economie.
Voor het kabinet staan de weerbaarheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van het energiesysteem centraal, mede door de geopolitieke situatie. Het NPE 2026 vertaalt die prioriteiten naar een energiesysteem dat aansluit bij de Nederlandse klimaatdoelen voor 2040. Er moet genoeg stroom en warmte zijn voor bestaande industrie om te verduurzamen en voor nieuwe industrie om zich hier te vestigen. Tegelijk verschuift de balans naar meer energie van eigen bodem, zoals wind op zee, zon en groene waterstof. Voldoende financiering, normerend en beprijzend beleid en vooral uitvoeringskracht zijn volgens het kabinet nodig om de doelen voor 2040 te halen. Zonder die randvoorwaarden blijft het ambitieniveau op papier staan. Die stap moet de importafhankelijkheid structureel verkleinen, zonder dat de leveringszekerheid in het geding komt. Die verschuiving naar eigen bodem vormt de kern van de bredere energietransitie in Nederland.
Hoe groot de importafhankelijkheid nu is, blijkt uit het Nationaal Plan Energiesysteem zelf: ongeveer 80% van de Nederlandse energievraag komt nog uit het buitenland. Nederland zoekt sinds het wegvallen van Russische energie naar alternatieve routes, bijvoorbeeld via LNG-import en nieuwe verbindingen voor groene waterstof. Het NPE kiest bewust niet voor één scenario, maar combineert inzichten uit studies naar energieproductie en import. Ook stakeholders wegen mee: volgens minister Van Veldhoven telt de stem van “netbeheerders tot energiebedrijven en van provincies tot huishoudens”. Uit die gesprekken komen vooral beperkingen naar voren over de snelheid waarmee plannen echt gerealiseerd kunnen worden. Zo blijft de importafhankelijkheid voorlopig een terugkerend thema in het Haagse energiebeleid.
Het terugdringen van de importafhankelijkheid vraagt vooral om realisatiekracht, erkent de minister. De mogelijkheden om stroom van zee aan land te brengen en door het land te transporteren zijn in de tijd beperkt, net als het tempo waarin waterstofopslag kan worden opgeschaald. Diverse partijen wijzen daarbij op de grenzen van de leveringszekerheid van elektriciteit: netcapaciteit en opslag groeien niet vanzelf mee met de ambities. Hoe het kabinet de verschillende beleidsdoelen precies tegen elkaar heeft afgewogen, blijft nog onduidelijk. Vooral de invulling van het begrip weerbaarheid en de verwachte ontwikkeling van de concurrentiekracht krijgen in het document weinig concrete onderbouwing, terwijl dat net de knelpunten zijn waar bedrijven in de praktijk tegenaan lopen.
Het NPE 2026 is volgens de minister geen blauwdruk, maar een richtinggevend pad dat het kabinet kan bijstellen zodra nieuwe inzichten dat nodig maken. Zo moet de komende twee jaar in de Energieafspraken tussen Rijk en medeoverheden duidelijk worden hoeveel doorgroei van hernieuwbaar op land realistisch is en hoe dicht dat bij de richtwaarden uit het NPE komt. Ook het nieuwe Programma Energie Hoofdstructuur (PEH), voorzien voor 2028, moet nieuwe inzichten opleveren over de ruimtelijke doorvertaling van het plan. Het kabinet neemt die inzichten mee in de volgende actualisatie van het NPE, gepland voor 2029. Voor bedrijven in de procesindustrie betekent dit vooral dat de spelregels rond importafhankelijkheid de komende jaren nog kuunnen verschuiven, ook al ligt de hoofdlijn nu vast. Meer achtergrond bij het officiële plan staat op de pagina Nationaal Plan Energiesysteem van de Rijksoverheid.
Dit artikel delen op je eigen website? Geen probleem, dat mag. Meer informatie.